Na maanden ontwijken erkent Zuid-Koreaanse fabrikant dat smartphones duurder worden, terwijl onduidelijk blijft hoeveel en wanneer
Samsung heeft bevestigd wat maandenlang in de lucht hing: Galaxy-smartphones worden duurder. De officiële verklaring wijst naar stijgende productiekosten, met name voor RAM-geheugen, dat door wereldwijde tekorten exponentieel in prijs is gestegen. De vraag is niet meer óf prijzen stijgen, maar wanneer en hoeveel – en of consumenten die uitleg accepteren of door hebben dat ze klem zitten in een markt waar alle fabrikanten dezelfde verhaallijn hanteren.
Van geruchten naar officiële erkenning
De signalen waren er al langer. Xiaomi waarschuwde voor de jaarwisseling al voor prijsverhogingen, en ook andere fabrikanten lieten doorschemeren dat de marges onder druk staan. In december verscheen een rapport over oplopende kosten bij Samsung’s mobiele divisie, waarin stond dat het bedrijf moeite heeft “redelijke verkoopprijzen vast te stellen” door stijgende arbeids- en marketingkosten.
Toen bleef het bij externe berichtgeving die Samsung niet officieel bevestigde. Nu heeft marketingtopman Wonjin Lee de problematiek erkend, zij het in bewoordingen die ruimte laten voor interpretatie. Samsung wil de “last niet bij de consument leggen”, maar komt “op een punt waarop we moeten overwegen om de prijzen van onze producten aan te passen.”
Die formulering is zorgvuldig gekozen. Het klinkt alsof Samsung zich schrap zet tegen prijsstijgingen, terwijl het eigenlijk aankondigt dat die eraan komen. De boodschap is duidelijk: bereid je voor, maar verwacht geen concrete cijfers.
RAM-tekort als universeel excuus
De kern van het verhaal draait om RAM-geheugen. Wereldwijde tekorten hebben de prijzen van geheugenchips fors opgedreven. PC’s zijn duurder geworden, losse RAM-modules kosten het dubbele of driedubbele van wat ze een paar jaar geleden kostten, en nu bereikt die prijsgolf ook smartphones.
Die verklaring is niet onjuist, maar vraagt om nuancering. RAM-tekorten zijn reëel – veroorzaakt door toegenomen vraag vanuit AI-datacenten, beperkte productiecapaciteit en geopolitieke spanningen die toeleveringsketens verstoren. Maar het is ook een handige externe factor waar fabrikanten gezamenlijk naar kunnen wijzen, zonder de eigen winstmarges of strategische keuzes ter discussie te hoeven stellen.
Samsung produceert zelf geheugen. Het bedrijf is wereldwijd een van de grootste fabrikanten van RAM en NAND-flashgeheugen. Die verticale integratie zou Samsung juist moeten beschermen tegen externe prijsschommelingen – tenminste deels. Het feit dat Samsung tóch moet verhogen, suggereert dat de marges die het bedrijf hanteert krap zijn, of dat het geheugentekort zo ernstig is dat zelfs interne productie onvoldoende buffert.
Alternatieve verklaring: Samsung’s geheugendivisie rekent marktconforme prijzen door aan de mobiele divisie, waardoor interne kostenstructuren net zo hard stijgen als bij concurrenten die extern inkopen. Dat is zakelijk logisch maar ondermijnt het narratief dat tekorten de enige schuldige zijn.
Onduidelijkheid over timing en omvang
Wanneer de prijsstijging ingaat, blijft vaag. Lee noemt geen concrete datum of modellijn. De Galaxy S26-serie, verwacht eind februari, zou het eerste slachtoffer kunnen zijn. Of Samsung wacht tot later in het jaar en begint bij de vouwbare Z Fold-modellen.
Ook de omvang van de verhoging is onbekend. Gaat het om 50 euro, 100 euro, of meer? Het verschil is substantieel, zeker voor middenklasse modellen waar marges smaller zijn en kopers prijsgevoeliger.
Samsung suggereert dat niet alle markten dezelfde verhogingen krijgen. De VS wordt genoemd als mogelijke uitzondering – vermoedelijk omdat het de grootste en meest competitieve markt is, waar prijsstijgingen direct leiden tot marktaandeel-verlies aan Apple en Chinese concurrenten.
Voor Europa is de situatie onduidelijk. De EU is voor Samsung relatief kleiner, met hogere kosten door versnipperde marketing en complexe regelgeving. Dat maakt Europa een logische kandidaat om verhogingen wel door te voeren – consumenten hebben minder alternatieven en zijn gewend aan hogere prijzen dan in de VS.
Die geografische differentiatie is strategisch slim maar moeilijk te rechtvaardigen tegenover consumenten. Waarom zou een Belg of Nederlander meer betalen voor dezelfde telefoon die in Texas goedkoper is? De verklaring dat “marktomstandigheden verschillen” voelt hol aan.
Industrie-brede trend of kartelpraktijk?
Samsung benadrukt dat het niet alleen staat: alle smartphonefabrikanten kampen met dezelfde RAM-crisis. Dat klopt – Xiaomi, Oppo, OnePlus en anderen geven vergelijkbare signalen af. Zelfs Apple, dat zelden prijzen verhoogt, heeft de afgelopen jaren incrementele aanpassingen doorgevoerd.
Die gelijktijdigheid roept vragen op. Wanneer alle spelers in een markt tegelijkertijd hun prijzen verhogen en naar dezelfde externe factor wijzen, begint het te lijken op gecoördineerd gedrag. Dat hoeft geen illegale kartelpraktijk te zijn – het kan simpelweg zijn dat iedereen reageert op dezelfde marktomstandigheden. Maar het gebrek aan transparantie en de vaagheid rondom concrete cijfers voeden achterdocht.
Consumenten zitten klem. Als alle fabrikanten verhogen, bestaat er geen prijsconcurrentie meer. Je kunt kiezen tussen duur merk A of duur merk B, maar niet voor een alternatief dat de prijzen níet verhoogt.
Winstmarges onder druk – of beschermd?
Samsung’s eigen financiële resultaten bieden context. Het bedrijf rapporteerde voor 2024 stijgende omzet in de mobiele divisie maar dalende operationele marges. Dat suggereert dat kosten inderdaad sneller stijgen dan opbrengsten – althans op papier.
Tegelijk blijft Samsung massaal investeren in marketing, sponsoring en productlanceringen. De arbeidskosten die in het rapport worden genoemd, zijn deels het gevolg van Samsung’s eigen keuze om personeel in te zetten voor steeds meer productlijnen en varianten. Die complexiteit drijft kosten op, maar is geen onvermijdelijk gevolg van RAM-tekorten.
De vraag is of Samsung daadwerkelijk onrendabel wordt bij huidige prijzen, of dat marges krimpen van “zeer hoog” naar “hoog” en het bedrijf die trend wil keren. Die nuance maakt verschil: consumenten zijn minder sympathiek tegenover prijsverhogingen die winsten beschermen dan tegenover verhogingen die verliezen voorkomen.
Consumenten betalen de rekening – zonder alternatieven
Voor wie overweegt een nieuwe smartphone te kopen, is de boodschap somber. Prijzen stijgen, ongeacht welk merk je kiest. De enige strategie is afwachten of een oudere generatie kopen zodra voorraad wordt opgeruimd – al wordt die steeds schaarser naarmate fabrikanten sneller stoppen met ondersteuning van vorige modellen.
De ironie is dat smartphones technologisch nauwelijks meer vooruitgaan. Jaarlijkse updates brengen marginale verbeteringen: iets snellere processors, iets betere camera’s, iets langere accuduur. Voor de meeste gebruikers is een drie jaar oude telefoon nog perfect functioneel. Maar geplande veroudering via softwareondersteuning en marketingdruk duwen consumenten naar nieuwe modellen.
Als die nieuwe modellen nu ook nog eens 10 tot 15 procent duurder worden, staat de smartphone-markt voor een keerpunt. Consumenten houden telefoons al langer vast dan vroeger – gemiddeld drie tot vier jaar in plaats van twee. Verdere prijsstijgingen verlengen die cyclus waarschijnlijk nog meer, wat fabrikanten juist willen vermijden.
Transparantie of PR-operatie?
Samsung’s communicatie roept meer vragen op dan het beantwoordt. De erkenning dat prijzen stijgen is op zich waardevol – beter dan consumenten verrassen met plotselinge verhogingen. Maar het gebrek aan concrete informatie over timing, omvang en regionale verschillen voelt als een PR-operatie om verwachtingen te managen zonder echte transparantie te bieden.
Consumenten verdienen duidelijkheid. Hoeveel duurder wordt de Galaxy S26 precies? Welke markten krijgen welke prijzen? En in hoeverre zijn die verhogingen daadwerkelijk gedreven door kosten, versus een strategische keuze om marges te beschermen?
Tot Samsung die vragen beantwoordt, blijft het verhaal over RAM-tekorten een handige verklaring die controle ontloopt. En blijven consumenten zitten met de rekening – zonder te weten hoeveel die wordt, of waarom precies.








