Het fibernetwerk van Proximus is door twee onafhankelijke testbedrijven uitgeroepen tot snelste en meest stabiele van België. Toch vertellen de cijfers een genuanceerder verhaal dan de aangekondigde ‘dubbele kroning’ doet vermoeden.
Van de bijna 6 miljoen woningen in België hebben er momenteel 2,5 miljoen toegang tot het glasvezelnetwerk van Proximus. Voor hen lijkt het nieuws rooskleurig: hun provider heeft opnieuw verschillende awards in de wacht gesleept voor netwerkprestaties. Maar wie de resultaten nader bekijkt, ontdekt dat de situatie complexer ligt dan het persbericht suggereert.
Twee awards, twee verschillende verhalen
Twee bedrijven hebben Proximus bekroond: het Franse nPerf en het Amerikaanse Ookla. Beide organisaties meten internetsnelheden, maar hun methodieken en resultaten lopen uiteen – soms opmerkelijk.
nPerf: snelste netwerk met kanttekeningen
Het Franse analysebureau nPerf heeft Proximus opnieuw de nPerf Award toegekend, gebaseerd op duizenden snelheidstests van vaste internetverbindingen. Net als in 2024 behaalde de telecomprovider de hoogste totaalscore. Toch is die overwinning minder eenduidig dan ze klinkt.
Want kijk je naar de afzonderlijke meetgegevens, dan blijkt het beeld genuanceerder. VOO haalt met 288,6 Mb/s veruit de hoogste downloadsnelheden – het aspect waar de meeste consumenten het meest om geven. Ook Orange (273,8 Mb/s) en Telenet (214,2 Mb/s) scoren op dit vlak beter dan Proximus, dat met 208,4 Mb/s pas vierde eindigt.
Waar Proximus wel uitblinkt, is de uploadsnelheid. Met 136,5 Mb/s laat het de concurrentie ver achter zich. Orange volgt op afstand met 21,7 Mb/s, VOO met 20,2 Mb/s en Telenet met 30,2 Mb/s. Voor wie regelmatig grote bestanden uploadt, videobelt in hoge kwaliteit of content uploadt naar sociale media kan dat een doorslaggevend voordeel zijn. Voor de gemiddelde internetgebruiker – die vooral downloadt – is het echter minder relevant.
De totaalscore van 135.382 punten waarmee Proximus aan kop eindigt, is dus vooral het resultaat van excellente uploadprestaties, gecombineerd met solide scores op andere vlakken zoals latentie (vertragingstijd) en betrouwbaarheid bij navigatie en YouTube-streaming.
Ookla ziet een andere winnaar
Bij Ookla, dat zijn Speedtest Award baseert op meer dan 5 miljoen tests uitgevoerd door echte gebruikers, scoort Proximus volgens het persbericht “nog veel meer uitspringend” dan bij nPerf. De exacte cijfers worden in de communicatie echter niet gedeeld, wat enige transparantie ontzegt aan wie de claims wil verifiëren.
Wel nieuw is de Speedtest Verified-certificering van Ookla, die het Proximus-fibernetwerk bestempelt als het meest stabiele van het land. Stabiliteit – de mate waarin een verbinding consistent presteert zonder grote schommelingen of uitval – is voor veel consumenten minstens zo belangrijk als pieksnelheden, zeker bij thuiswerken of online gaming.
De realiteit achter de cijfers
Wat betekenen deze awards nu concreet voor de consument? Allereerst: zowel nPerf als Ookla zijn commerciële bedrijven die netwerktesten aanbieden. Hun awards zijn weliswaar gebaseerd op meetbare data, maar verschillende methodieken kunnen tot verschillende conclusies leiden – zoals hier blijkt.
Ten tweede: awards zeggen weinig over de ervaring die een individuele gebruiker zal hebben. Die hangt af van talrijke factoren: de kwaliteit van de wifirouter, de afstand tot het dichtstbijzijnde knooppunt, het aantal gebruikers op hetzelfde netwerk op een bepaald moment, en zelfs de kwaliteit van de bekabeling in huis.
Ten derde is de dekking nog altijd beperkt. Proximus benadrukt dat 2,5 miljoen woningen toegang hebben tot fiber – wat overeenkomt met 41 procent van de Belgische bevolking. Dat betekent dat 59 procent nog altijd verstoken blijft van glasvezel en aangewezen is op traditionele kabel- of VDSL-verbindingen, die aanzienlijk lagere snelheden halen.
Investeringen versus beschikbaarheid
Jim Casteele, Consumer Market Lead bij Proximus, benadrukt in een reactie dat de awards “de kracht van onze investeringen in fiber en geavanceerde wifitechnologieën” bevestigen. Die investeringen zijn reëel: Proximus rolt al jaren glasvezel uit en heeft miljarden euro’s gestoken in netwerkmodernisering.
Toch blijft de vraag of die investeringen evenredig verdeeld worden. Stedelijke gebieden krijgen meestal eerst fiber, terwijl landelijke regio’s langer moeten wachten. Voor gezinnen in die laatste categorie bieden de behaalde awards weinig soelaas.
De concurrentie slaapt niet
Dat VOO de hoogste downloadsnelheden haalt en Orange ook sterke prestaties neerzet, toont aan dat de Belgische internetmarkt competitief blijft. Telenet, traditioneel een sterke speler, eindigt in beide rankings als vierde – een signaal dat de investeringen van concurrenten vruchten afwerpen.
Voor consumenten is dat goed nieuws: concurrentie drijft innovatie en kan prijzen onder druk zetten. Wie overweegt van provider te wisselen, doet er verstandig aan om niet alleen naar awards te kijken, maar ook naar concrete snelheden in de eigen regio, contractvoorwaarden en klantenservice.
Conclusie: awards met nuance
De behaalde awards zijn zeker een compliment waard voor Proximus en weerspiegelen reële technische prestaties, vooral op het vlak van uploadsnelheid en netwerkstabiliteit. Maar consumenten moeten oppassen voor al te triomfantelijke marketing.
Downloads blijven voor de meeste gebruikers belangrijker dan uploads, en daar scoort Proximus niet het hoogst. En of je daadwerkelijk van die prijswinnende snelheden kunt profiteren, hangt af van één cruciale vraag: ligt er fiber in jouw straat?
Voor de 59 procent Belgen zonder toegang tot het Proximus-glasvezelnetwerk blijft de award vooral een belofte voor de toekomst.







