Microsoft trok deze week de stekker uit Windows Server 2008, het allerlaatste platform dat draaide op de beruchte Vista-architectuur. Het einde van een tijdperk dat eigenlijk al jaren geleden had moeten aflopen.
Het is officieel: Windows Vista is nu echt volledig verleden tijd. Op 13 januari rolde Microsoft de allerlaatste beveiligingspatch uit voor Windows Server 2008, het serverbesturingssysteem dat als enige nog gebaseerd was op de kernarchitectuur van Windows Vista. Na bijna achttien jaar dienst – het platform verscheen op 4 februari 2008 – is de ondersteuning nu definitief stopgezet.
Dat deze dag zou komen stond al jaren vast, maar het is opmerkelijk hoe lang Microsoft het heeft uitgesteld. De vraag is of dat een teken van klantvriendelijkheid was, of eerder van de hardnekkigheid waarmee organisaties vasthouden aan verouderde systemen.
Een aflopende deadline die maar bleef schuiven
Normaal gesproken had Microsoft de ondersteuning voor Windows Server 2008 al veel eerder beëindigd. Maar begin 2020, toen de coronapandemie de wereld op zijn kop zette en veel organisaties plotseling met andere prioriteiten kampten, besloot het bedrijf de deadline te verschuiven. Tegen betaling werd de ondersteuning verlengd tot begin 2023.
Vervolgens volgde nóg een jaar extra ondersteuning, zij het met een belangrijke beperking: die was alleen beschikbaar voor organisaties die Windows Server 2008 draaiden op Azure, Microsofts eigen cloudplatform. Een strategische keuze die organisaties aanmoedigde om naar Microsofts eigen infrastructuur te migreren.
Maar ook daarna was het verhaal nog niet afgelopen. Organisaties met een Premium Assurance-plan – een dure verzekering voor verlengde ondersteuning – kregen nog zes jaar extra updates toegezegd. Dat bracht de ultieme deadline op januari 2026, waar we nu dus zijn aanbeland. Gaandeweg verving Microsoft Premium Assurance door het ESU-programma (Extended Security Updates), maar koos er wel voor om de oorspronkelijke belofte na te komen. Een zeldzaam voorbeeld van consequent beleid in een sector waar afspraken vaak eenzijdig worden aangepast.
ESU: reddingsboei of uitstel van executie?
Het ESU-programm presenteert Microsoft als een soort vangnet voor organisaties die nog niet klaar zijn om afscheid te nemen van oude software. In de praktijk is het vooral een manier om bedrijven meer tijd te geven – tegen betaling – om over te stappen naar nieuwere systemen, zonder dat de risico’s van onbeveiligde software meteen toe slaan.
Maar de term ‘reddingsmiddel’ verdient nuancering. ESU biedt alleen beveiligingsupdates, en dan nog alleen voor de meest urgente kwetsbaarheden. Nieuwe functies, prestatie-verbeteringen of zelfs kleine gebruiksgemaksupdates zitten er niet meer in. Software in dit stadium is feitelijk op sterven na dood – het wordt alleen kunstmatig in leven gehouden om acute schade te voorkomen.
De vraag is of dit systeem organisaties helpt of juist verleidt tot gevaarlijk uitstelgedrag. Door steeds weer verlengingen aan te bieden, neemt Microsoft weliswaar druk weg, maar versterkt het tegelijk de neiging om noodzakelijke investeringen in modernisering uit te stellen.
Windows 10: hetzelfde liedje opnieuw?
Het ESU-programma kwam onlangs opnieuw in de schijnwerpers door de aangekondigde beëindiging van Windows 10. Ondanks dat Windows 11 al een tijd beschikbaar is, gebruiken nog altijd miljoenen mensen en talloze organisaties Windows 10. De overstap is niet altijd eenvoudig: veel computers voldoen niet aan de strenge hardwareeisen van Windows 11, en niet iedereen is bereid om voor een besturingssysteem-upgrade nieuwe apparatuur aan te schaffen.
Microsoft besloot daarom – wederom – om via het ESU-programma extra tijd te kopen. Windows 10-gebruikers kunnen tegen betaling nog wat langer beveiligingsupdates ontvangen, waardoor het systeem veilig gebruikt kan worden terwijl ze een migratiestrategie uitwerken.
Maar wie de geschiedenis van Windows Server 2008 kent, weet hoe dit verhaal afloopt. Ook aan Windows 10 komt ooit een definitief einde, hoe vaak de deadline ook verschoven wordt. De vraag is hoeveel organisaties die les ter harte nemen, en hoeveel opnieuw tot het allerlaatste moment zullen wachten.
Het einde van een omstreden erfenis
Windows Vista zelf verdwijnt de geschiedenisboeken in als een van Microsofts grootste mislukkingen: traag, veeleisend, en vol kinderziektes bij de lancering. Windows Server 2008 deelde dezelfde technische basis, maar wist zich beter staande te houden in zakelijke omgevingen waar stabiliteit en langetermijnondersteuning belangrijker zijn dan snelheid en gebruiksgemak.
Dat juist dit platform zo lang overeind bleef, zegt iets over de traagheid waarmee de IT-sector soms beweegt. Achttien jaar is een eeuwigheid in technologische termen, maar voor veel organisaties blijkt het nog steeds niet genoeg om tijdig over te stappen.
Met de laatste patch voor Windows Server 2008 sluit Microsoft nu definitief een hoofdstuk af. De vraag is of de sector de les leert, of dat over een paar jaar hetzelfde patroon zich herhaalt bij de volgende generatie ‘legacy’ software.








