De techreuzen Apple en Google, jarenlang rivalen op het gebied van smartphones en besturingssystemen, lijken hun samenwerking op AI-gebied aanzienlijk te verdiepen. Volgens ingewijden zou Apple overwegen om toekomstige versies van spraakassistent Siri deels op Googles serverinfrastructuur te laten draaien – een opmerkelijke zet voor een bedrijf dat privacy als kernwaarde propageert.
Wat we tot nu toe weten
De samenwerking tussen Apple en Google rondom kunstmatige intelligentie werd recent aangekondigd, maar de precieze invulling bleef tot voor kort grotendeels onduidelijk. Officieel bevestigde Apple alleen dat Siri gebruik zou gaan maken van Googles Gemini AI-model. Maar volgens Mark Gurman, een gerenommeerde Apple-insider met doorgaans betrouwbare bronnen, gaan de plannen een stuk verder dan aanvankelijk gecommuniceerd.
Gurman meldt dat Apple niet alleen het Gemini-model wil inzetten, maar ook serieus overweegt om de onderliggende infrastructuur – de daadwerkelijke servers waarop de AI-berekeningen plaatsvinden – van Google te gebruiken. Dat zou betekenen dat gebruikersverzoeken aan Siri niet langer uitsluitend op Apple-hardware worden verwerkt, maar (deels) op servers die door Google worden beheerd.
Gefaseerde uitrol met cruciale keerpunt
De verandering zou niet meteen plaatsvinden. De eerste vernieuwde versie van Siri, die naar verwachting volgende maand wordt gepresenteerd, draait nog gewoon op Apples eigen infrastructuur. Wel wordt deze versie al ondersteund door Googles Gemini-technologie, zij het binnen Apples eigen serveromgeving.
De daadwerkelijke overstap naar Google-servers zou volgens Gurman pas gepland staan voor iOS 27 en macOS 27 – vermoedelijk te verwachten in 2027, gezien Apples jaarlijkse releasecyclus. Dat geeft Apple in theorie nog ruim de tijd om de technische en juridische aspecten van deze samenwerking uit te werken.
De privacy-elephant in de room
Voor een bedrijf dat zich al jaren profileeert met de slogan “What happens on your iPhone, stays on your iPhone” is de mogelijke overstap naar externe servers gevoelig te noemen. Apple heeft privacybescherming jarenlang als onderscheidend kenmerk ingezet in de concurrentiestrijd met Google, dat zijn verdienmodel voornamelijk baseert op datagestuurde advertenties.
Hoe Apple denkt deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid te overbruggen, is vooralsnog onduidelijk. Tot nu toe gebruikt het bedrijf voor zijn eigen AI-servers een zogenaamde Secure Enclave – een beveiligde omgeving waarin gebruikersdata versleuteld wordt verwerkt en waarbij Apple claimt geen toegang te hebben tot de inhoud van persoonlijke verzoeken.
Of en hoe dit beveiligingsprincipe toepasbaar is op Googles infrastructuur blijft een open vraag. Het is denkbaar dat Apple specifieke contractuele afspraken maakt over dataverwerking en -opslag, of dat er een technische constructie wordt bedacht waarbij Google wel de rekenkracht levert, maar geen inzage krijgt in de daadwerkelijke gebruikersdata. Apple heeft hierover nog geen duidelijkheid verschaft.
Waarom Google? De kracht van gespecialiseerde chips
De veronderstelde reden voor deze opmerkelijke keuze is van technische aard. Google beschikt over zijn eigen ontwikkelde AI-chips, de Tensor Processing Units (TPU’s), die specifiek zijn ontworpen voor het draaien van grote taalmodellen zoals Gemini. Deze gespecialiseerde hardware zou aanzienlijk efficiënter zijn voor bepaalde AI-taken dan de meer algemene chips die Apple in zijn datacenters gebruikt.
Concreet zou dit moeten leiden tot een Siri die beter in staat is om context te onthouden tijdens een gesprek – een van de grootste pijnpunten van Apples spraakassistent in vergelijking met concurrenten zoals Google Assistant en Amazon Alexa. Ook andere AI-functies die op het Gemini-model draaien, zouden volgens ingewijden merkbaar beter presteren op Googles eigen infrastructuur.
Een pragmatische keuze met strategische implicaties
Alles wijst erop dat het hier om een pragmatische beslissing gaat: Apple erkent stilzwijgend dat het op het gebied van AI-infrastructuur achterloopt bij Google en zoekt daarom naar een praktische oplossing om de gebruikerservaring te verbeteren. Het is een zeldzame erkenning van zwakte voor een bedrijf dat gewoonlijk volledig op verticale integratie en eigen technologie inzet.
Tegelijkertijd heeft deze samenwerking mogelijk aanzienlijke financiële dimensies. Volgens bronnen in de industrie zou er een deal op tafel liggen die vele miljarden dollars waard is – een bedrag dat Google waarschijnlijk niet alleen voor licentieverlening van zijn AI-model zou ontvangen, maar mogelijk ook voor het ter beschikking stellen van zijn serverinfrastructuur.
Kanttekeningen bij de geruchten
Het is belangrijk om te benadrukken dat Apple deze plannen nog niet officieel heeft bevestigd. Mark Gurman heeft weliswaar een uitstekende staat van dienst als het gaat om het voorspellen van Apple-ontwikkelingen, maar plannen kunnen altijd nog veranderen, vooral als ze zich nog in een vroeg stadium bevinden en pas over twee jaar zouden worden geïmplementeerd.
Bovendien is het de vraag hoe dergelijke constructie zou worden ontvangen door toezichthouders, vooral in Europa waar de Digital Markets Act strenge eisen stelt aan de manier waarop grote technologiebedrijven met gebruikersdata omgaan. Ook de Amerikaanse privacywaakhonden zouden vragen kunnen stellen bij een samenwerking waarbij gebruikersdata van Apple-apparaten mogelijk op Google-servers wordt verwerkt.
Wat betekent dit voor gebruikers?
Voor de gemiddelde iPhone-gebruiker zou deze ontwikkeling in de praktijk kunnen leiden tot een Siri die eindelijk functioneert zoals Apple al jarenlang belooft: slimmer, contextueler en bruikbaarder. Maar het roept wel fundamentele vragen op over de privacy-beloftes die Apple al decennialang doet.
Consumenten die specifiek voor Apple hebben gekozen vanwege de belofte dat hun data binnen het Apple-ecosysteem blijft, zouden zich afvragen of deze samenwerking niet haaks staat op die belofte. Apple zal de komende maanden – vermoedelijk bij de officiële aankondiging van de Gemini-integratie – waarschijnlijk gedetailleerder moeten uitleggen hoe het privacy en prestaties denkt te combineren in deze opvallende samenwerking met zijn grootste concurrent.







