De ondernemingsrechtbank van Antwerpen heeft Telenet verboden om te adverteren met termen als ‘fiber’, ‘fibre’ en ‘glasvezel’. De provider biedt namelijk geen volwaardig glasvezelnetwerk, maar een hybride coax-glasvezelinfrastructuur. Consumenten worden misleid, oordeelt de rechter. Dwangsommen kunnen oplopen tot 1 miljoen euro.
Afbeelding: © Telenet
Het vonnis is een gevoelige tik voor Telenet, dat jarenlang adverteerde met ‘fibersnel internet’ terwijl het merendeel van de klanten gewoon op coax zit. Maar het is ook een principiële uitspraak over hoe telecombedrijven mogen communiceren over hun netwerken – en waar de grens ligt tussen marketing en misleiding.
Fiber-to-the-Home versus hybride coax: wat is het verschil?
De kern van de zaak draait om technische nuance die voor consumenten vaak onduidelijk is. Telenet beschikt niet over een Fiber-to-the-Home (FttH) netwerk, waarbij glasvezel rechtstreeks tot in de woning loopt. In plaats daarvan gebruikt het bedrijf een Hybrid Fiber Coaxial (HFC) infrastructuur. Dat betekent: glasvezel voor de backbone tot aan de straat- of wijkkast, en vanaf dat punt een coaxkabel naar de woning.
Op papier klinkt dat als een detail. In de praktijk maakt het een wereld van verschil. Coaxkabels hebben andere eigenschappen dan glasvezel: hogere latency (vertraging in dataoverdracht) en lagere maximale snelheden. Voor streaming, gamen of videobellen is dat merkbaar. Glasvezel biedt symmetrische snelheden (even snel uploaden als downloaden), terwijl coax vaak asymmetrisch is (uploaden gaat trager dan downloaden).
Toch communiceerde Telenet jarenlang alsof klanten op een volwaardig glasvezelnetwerk zaten. Termen als ‘fiber’, ‘fibre’ en ‘glasvezel’ doken op in advertenties, op de website, en in commerciële uitingen. Volgens de rechtbank is dat misleidend. Consumenten krijgen de indruk dat ze via glasvezel surfen, terwijl ze in werkelijkheid op coax zitten.Hadden ze dat geweten, dan hadden ze mogelijk voor een concurrent gekozen – zoals Proximus, dat wél volwaardige glasvezel uitrolt.
Fibercheck: tool die verwarring zaait
De rechtbank hekelt expliciet de zogenaamde Fibercheck, een online tool waarmee potentiële klanten kunnen nagaan of ze een FttH-aansluiting van Telenet kunnen krijgen. In de praktijk is dat slechts in een heel klein deel van de gevallen mogelijk – Telenet’s glasvezelnetwerk is beperkt tot enkele nieuwbouwwijken en pilotprojecten.
Maar alleen al de naam van de tool wekt volgens de rechter de indruk dat een klant effectief glasvezel zal krijgen. Iemand vult zijn adres in, ziet dat Telenet beschikbaar is, en denkt: “Mooi, ik krijg glasvezel.” Pas later blijkt dat het om coax gaat. Dat is misleiding door suggestie, oordeelt de rechtbank.
Het is een subtiele maar effectieve marketingtruc. Door de term ‘fiber’ prominent te gebruiken, profiteert Telenet van de positieve associaties die consumenten ermee hebben – snelheid, toekomstbestendigheid, betrouwbaarheid – zonder daadwerkelijk die technologie te leveren aan het grootste deel van de klanten.
Dwangsommen tot 1 miljoen euro
De rechtbank legt Telenet een verbod op: de provider mag niet langer adverteren met ‘fiber’, ‘fibre’ of ‘glasvezel’ tenzij de klant daadwerkelijk op een FttH-aansluiting kan worden aangesloten. Overtredingen kunnen leiden tot dwangsommen die oplopen tot 1 miljoen euro.
Dat betekent dat Telenet op korte termijn heel wat communicatie-uitingen moet aanpassen. De website staat vol met verwijzingen naar ‘fibersnel internet’, sociale mediacampagnes hameren op snelheid via glasvezel, en zelfs klantenservice-scripts gebruiken de term. Alles moet worden herschreven.
Voor een bedrijf als Telenet, dat zwaar investeert in merkperceptie en marketing, is dit een gevoelige slag. Het verbod beperkt niet alleen de communicatiemogelijkheden, maar beschadigt ook het imago. Consumenten die zich misleid voelen, zijn minder loyaal. En concurrenten zoals Proximus kunnen hier gretig op inspelen: “Wij hebben échte glasvezel, Telenet liegt.”
Telenet ‘verrast’ – maar had dit niet kunnen zien aankomen?
In een reactie zegt Telenet “met verbazing kennis te hebben genomen van de uitspraak” en de beslissing “verder te bestuderen”. Die verbazing voelt gekunsteld. Proximus spande eerder al een soortgelijke zaak aan tegen Orange, en won in beroep. Ook daar werd geoordeeld dat het misleidend is om te spreken over glasvezel terwijl het om een hybride netwerk gaat.
Telenet had dit dus kunnen zien aankomen. Sterker nog, het bedrijf wist dat de term ‘fiber’ juridisch gevoelig lag, maar koos ervoor om die toch te blijven gebruiken. Waarom? Omdat marketing werkt. Consumenten associëren ‘fiber’ met kwaliteit, en die associatie vertaalt zich in conversie en klantenbinding.
Maar dat marketing werkt, betekent niet dat het legaal is. De rechtbank trekt hier een duidelijke grens: je mag niet suggereren dat je iets levert wat je niet daadwerkelijk aanbiedt. En als je een tool lanceert genaamd ‘Fibercheck’, terwijl 95% van de gebruikers geen fiber krijgt, dan is dat misleiding.
Proximus als klokkenluider – of opportunist?
Proximus zit achter deze rechtszaak, net zoals bij de zaak tegen Orange. Het bedrijf presenteert zich als verdediger van de waarheid en de consument. “We zijn tevreden dat de rechtbank oordeelt dat de communicatie van Telenet misleidend is voor de consument en de belangen van Proximus als concurrent schaadt”, aldus een woordvoerder.
Maar laten we eerlijk zijn: Proximus doet dit niet uit filantropie. Het bedrijf investeert miljarden in de uitrol van een volwaardig glasvezelnetwerk, en wil daar competitief voordeel uit halen. Als Telenet mag adverteren met ‘fiber’ terwijl het coax levert, wordt dat voordeel tenietgedaan. Consumenten zien geen verschil, kiezen voor de goedkoopste optie, en Proximus blijft achter met zijn dure infrastructuur.
Dus ja, Proximus verdedigt de consument – maar vooral omdat dat toevallig samenvalt met het eigen commerciële belang. Wat niet wegneemt dat de klacht terecht is. Telenet misleidde daadwerkelijk, en consumenten hebben recht op transparantie over wat ze kopen.
Bredere implicaties: hoe mogen telecomproviders communiceren?
Deze uitspraak heeft implicaties die verder reiken dan Telenet. Andere providers die hybride netwerken hebben, zoals VOO (inmiddels ook onderdeel van Telenet-moeder Fluvius), moeten nu ook opletten met hun communicatie. Termen als ‘ultrafast’, ‘next-gen’ of ‘geavanceerd netwerk’ zijn veilig, maar ‘fiber’ en ‘glasvezel’ zijn taboe tenzij het daadwerkelijk FttH betreft.
Voor consumenten is dit goed nieuws. Ze krijgen duidelijkere informatie en kunnen beter vergelijken. Maar het lost niet alle problemen op. Want zelfs als Telenet stopt met ‘fiber’ te zeggen, blijft de onderliggende vraag: is een HFC-netwerk veel slechter dan FttH?
Technisch gezien: in veel gevallen niet. Telenet’s coaxnetwerk levert gigabitsnelheden, en voor het merendeel van de consumenten is dat ruim voldoende. Latency is iets hoger, maar voor streaming, browsen en zelfs online gaming vaak verwaarloosbaar. Het enige echte verschil zit in uploadsnelheden en toekomstbestendigheid – glasvezel schaalt eenvoudiger op naar 10 Gbit/s en hoger.
Dus hoewel Telenet misleidde door te spreken over ‘fiber’, leverde het wel degelijk snelle internettoegang. De technische realiteit is genuanceerder dan het juridische vonnis doet vermoeden.
Wat nu voor Telenet?
Telenet heeft twee opties. Eén: de uitspraak accepteren, communicatie aanpassen, en inzetten op een nieuwe boodschap die focust op snelheid en betrouwbaarheid zonder de term ‘fiber’. Twee: in beroep gaan en hopen op een mildere uitspraak.
Gezien de precedenten (Orange verloor ook in beroep) lijkt optie twee riskant. Bovendien: hoe langer Telenet procedeert, hoe meer reputatieschade. Consumenten lezen nieuwsberichten over misleiding, niet over juridische nuances.
De slimste zet is waarschijnlijk: de uitspraak accepteren, actief investeren in echte glasvezel, en over enkele jaren wél kunnen adverteren met FttH. Telenet is al bezig met glasvezelprojecten, maar die gaan traag. Proximus loopt voor, en dat voordeel groeit met elke maand dat Telenet vasthoudt aan coax.
Conclusie: juridische tik, maar vooral PR-ramp
De rechtbankuitspraak is pijnlijk voor Telenet, maar vooral symbolisch. De dwangsommen zijn afschrikwekkend, maar het echte verlies zit in reputatieschade. Consumenten vertrouwen bedrijven die ze betrappen op misleiding niet meer.En in een competitieve telecommarkt, waar klanten gemakkelijk overstappen, is vertrouwen goud waard.
Proximus wint deze ronde, maar de oorlog is niet voorbij. Zolang Telenet kan leveren wat consumenten nodig hebben – snelle, stabiele internettoegang – blijft het relevant. Maar het imago van “het bedrijf dat liegt over glasvezel” is een bloedspatsticker die moeilijk af te wassen is.
Voor consumenten is de boodschap helder: let op wat je koopt, en vraag naar FttH als je echte glasvezel wilt. En voor Telenet: stop met marketing-trucs, investeer in echte infrastructuur, en win klanten met kwaliteit – niet met misleidende termen.








