Airbag voor wielrenners komt eraan

Airbag voor wielrenners komt eraan – maar waarom fietst (bijna) niemand ermee?

De wielersport omarmt de airbag. Fabrikanten beloven levensreddende bescherming, de wielerunie UCI roept op tot ontwikkeling, en een WorldTour-ploeg gaat ermee trainen. Toch blijft de vraag: als de technologie zo veelbelovend is, waarom zien we dan nauwelijks fietsers met zo’n systeem rondrijden?

Foto: © Aerobag

Op de fietsbeurs Velofollies presenteerde bedenker Bert Celis vol overtuiging zijn Aerobag, een airbag speciaal ontworpen voor wielrenners. Zijn ambitie is duidelijk: vanaf volgend seizoen moeten renners ermee in koers kunnen verschijnen. De technologie is bewezen, het potentieel om ernstige blessures te voorkomen is enorm, en met de steun van de internationale wielerunie UCI lijkt de weg vrij. Maar tussen beursoptimisme en massale adoptie ligt een wereld van verschil – en die kloof wordt nergens duidelijker dan bij gewone fietsers.

Bewezen technologie, maar met haken en ogen

De werking van airbags voor wielrenners is grotendeels ontleend aan de motorsport, waar ze al jarenlang levens redden. Sensoren meten continu de hoek van de rug en de rotatieversnelling. Bij een val gaat het systeem binnen milliseconden open, waarna de luchtzak nek, schouders, rug en heupen beschermt – precies de zones die het meest kwetsbaar zijn bij valpartijen.

Volgens Celis is de kans op een foutieve activering vrijwel uitgesloten. Na een val stroomt de lucht vanzelf weg, een proces dat versneld kan worden door het CO²-patroon te verwijderen. Zo blijft het tijdverlies voor renners die snel weer op de fiets willen, beperkt. Het systeem is bovendien herbruikbaar, wat de investering van 700 à 800 euro enigszins rechtvaardigt.

Toch is er een fundamenteel probleem: draagcomfort. In het profwielrennen kan het kleinste nadeel het verschil betekenen tussen een plek op het podium of een anonieme finishpositie. Een airbag van een halve kilo voelt misschien niet zwaar, maar renners zijn extreem gevoelig voor elk extra gramm of millimeter stof. Daarom benadrukt Celis dat succesvolle implementatie alleen kan werken als het hele peloton verplicht wordt zo’n systeem te dragen. Anders krijg je een tweedeling tussen veiligheid en competitief nadeel.

UCI geeft groen licht – met voorbehoud

De internationale wielerunie UCI leek onlangs een beslissend signaal af te geven. In een persbericht riep de organisatie fabrikanten en onderzoeksinstellingen op om airbags te ontwikkelen, met als doel een kader en standaarden uit te werken. Ook textielfabrikanten worden betrokken om te kijken hoe zo’n systeem geïntegreerd kan worden in de outfit van renners.

Die oproep klinkt progressief, maar in de praktijk betekent het vooral: meer onderzoek, meer overleg, en vooralsnog geen concrete deadline voor verplichte invoering. Ondertussen gaat wel één WorldTour-ploeg aan de slag: PicNic PostNL zal de Aerobag dit seizoen op training en mogelijk zelfs in wedstrijden testen. Een doorbraak, maar nog geen revolutie.

E-bikers zouden het harder nodig hebben – maar kopen het niet

Hier wordt het verhaal interessant. Want terwijl de wielersport voorzichtig experimenterert met airbags, zou de technologie mogelijk nog relevanter zijn voor een heel andere doelgroep: gebruikers van e-bikes en vooral speedpedelecs. Wie dagelijks op 45 kilometer per uur door het verkeer scheurt, loopt aanzienlijk meer risico op ernstige valpartijen dan de gemiddelde zondagfietser. Logischerwijs zou een airbag daar levens kunnen redden.

Toch is de realiteit ontmoedigend. Er bestaan al jaren airbags voor gewone fietsers, maar de vraag ernaar is minimaal. Het Franse merk Helite verkoopt de B’Safe, een opvallend fluorescerend vest met ingebouwde airbag voor 690 euro. Rugzakmerk Evoc biedt de Commute A.I.R. Pro 18, een rugzak met geïntegreerde airbag die nek, schouders en borstkas beschermt. Prijskaartje: bijna 1.000 euro, al is er momenteel 50 procent korting.

Maar wie draagt ze? Gebruikerservaringen zijn schaars, reviews zijn zeldzaam, en op straat zijn ze vrijwel onzichtbaar. Dat zegt genoeg. De meeste fietsers vinden een helm al een flinke investering in veiligheid. Daarboven komen ze niet. Een airbag van honderden euro’s voor een nicheproduct waarvan de meerwaarde pas blijkt op het moment dat je valt? Dat is voor veel mensen een brug te ver.

Alternatieven: bescherming zonder technologie

Niet iedereen gelooft in hightech oplossingen. Op Velofollies waren ook minder ingrijpende opties te zien. Het merk HPlus presenteerde een wind- en waterdichte fietsjas met subtiel ingewerkte beschermers aan schouders, rug en ellebogen. Agu toonde het Commuter Impact Suit, een compleet pak met beschermende pads op cruciale plekken.

Deze producten bieden geen luchtkussens die in een fractie van een seconde opblazen, maar wel fysieke bescherming tegen schuren en stoten – zonder sensoren, CO²-patronen of het risico op technisch falen. Voor veel fietsers voelt dat praktischer, toegankelijker en vooral: goedkoper.

De psychologie van fietsveiligheid

Waarom slagen airbags er niet in om fietsers te overtuigen? De verklaring ligt deels in perceptie. Wielrenners trainen dagelijks, racen in grote groepen op hoge snelheid en weten dat vallen bij het vak hoort. Voor hen is een airbag een professionele investering in een carrière. Gewone fietsers daarentegen onderschatten vaak het risico, of accepteren het bewust. Een helm voelt al als concessie aan gemak; een extra vest of rugzak met airbag voelt als overdrijving.

Daar komt bij dat de kosten-batenanalyse lastig te maken is. Een airbag van 700 euro voorkomt misschien één ernstige blessure in een heel fietsleven. Of misschien ook niet, als je simpelweg nooit hard genoeg valt. Voor profrenners, wiens lichaam hun verdienmodel is, is die rekensom anders. Voor woon-werkverkeer op een e-bike voelt het als een dure gok.

Lange weg naar normalisering

De conclusie is misschien teleurstellend voor fabrikanten zoals Helite, Evoc en Aerobag: technologie alleen is niet genoeg. De airbag voor fietsers heeft potentie, maar worstelt met adoptie. Dat ligt niet aan de sensoren of het ontwerp, maar aan menselijk gedrag, prijsgevoeligheid en de botte weigering van fietsers om zichzelf als ‘risicovol’ te beschouwen.

Voor wielrenners kan een UCI-verplichting de doorbraak betekenen. Zodra iedereen het moet dragen, verdwijnt het competitieve nadeel en wordt het normaal. Voor e-bikers en speedpedelec-rijders ontbreekt zo’n dwingende factor. Zij moeten zelf overtuigd worden – en dat is tot nu toe niet gelukt.

Misschien is dat het echte probleem: niet dat de airbag niet werkt, maar dat de doelgroep niet gelooft dat ze hem nodig heeft. En zolang dat het geval is, blijft de airbag voor fietsers een veelbelovende oplossing op zoek naar een probleem dat mensen bereid zijn te erkennen.