Australian Open verbiedt fitnesstrackers

Australian Open verbiedt fitnesstrackers, fabrikant reageert met ondergoed-gimmick

Topspelers moesten plots hun Whoop-armbanden afleggen tijdens het grandslamtoernooi, ondanks toestemming van de internationale tennisfederatie. De fabrikant zag er vooral een marketingkans in en beloofde trackers in ondergoed te verstoppen – een ‘oplossing’ die meer vragen oproept dan beantwoordt.

Het Australian Open, traditioneel een etalage voor sportieve uitmuntendheid, werd deze week ook het toneel van een opmerkelijke regelconflict rond draagbare technologie. Toernooiofficials gelastten meerdere topspelers – waaronder wereldnummers één Carlos Alcaraz en Aryna Sabalenka – hun Whoop-fitnesstrackers te verwijderen, ondanks dat de internationale tennisfederatie (ITF) het gebruik ervan expliciet toestaat.

De situatie illustreert niet alleen de wrijving tussen lokale toernooireglementen en overkoepelende sportregels, maar ook hoe snel technologiebedrijven inspelen op mediagenieke controverses – met oplossingen die soms meer op publiciteitsstunts lijken dan op praktische antwoorden.

Van pols naar kruis

Whoop-armbanden zijn inmiddels een vertrouwd gezicht in de topsport. De onopvallende banden, die eruitzien als gewone polsbandjes, bevatten geavanceerde sensoren voor het meten van hartslagvariabiliteit, ademhalingsfrequentie, zuurstofsaturatie en huidtemperatuur. Die data vertalen zich naar inzichten over trainingsparaatheid, stressniveaus, slaapkwaliteit, VO²Max en energieverbruik – waardevol gereedschap voor atleten en hun begeleidingsteams.

Wielrenner Mathieu van der Poel is een bekende gebruiker, net als een groeiend aantal tennisser. Die laatsten droegen hun trackers doorgaans discreet onder een zweetband, conform de ITF-richtlijnen die het gebruik toestaan zolang trilmeldingen zijn uitgeschakeld. Tijdens het Australian Open bleek die goedkeuring echter niet te gelden.

Waarom de toernooiorganisatie afwijkt van de internationale federatie blijft onduidelijk. Noch officials noch de organisatie hebben toegelicht wat de bezwaren zijn – een communicatievacuüm dat speculatie voedt over alles van sponsorconflicten tot zorgen over mogelijke elektronische communicatie, hoe onwaarschijnlijk die laatste ook lijkt.

Marketing vermomd als probleemoplossing

Will Ahmed, oprichter en CEO van Whoop, verloor geen tijd. Op X (voorheen Twitter) lichtte hij niet alleen zijn product toe, maar kondigde hij ook aan dat hij de ‘Body-collectie’ naar de getroffen spelers had gestuurd – een lijn ondergoed waarin de tracker kan worden geïntegreerd, weggestopt uit het zicht van toernooiofficals.

Het is een reactie die de grens tussen klantenservice en opportunistische marketing vakkundig opzoekt. Enerzijds komt Whoop zijn gebruikers te hulp bij een praktisch probleem. Anderzijds benut het bedrijf het mediamoment om zijn productlijn onder de aandacht te brengen bij een wereldwijd publiek dat de Australian Open volgt.

Praktische bezwaren

Of de ondergoed-oplossing daadwerkelijk werkt, is een andere vraag. Sensoren voor hartslagmeting functioneren doorgaans het meest betrouwbaar bij contact met dunne huid op plekken met goede bloedtoevoer – zoals de pols. Metingen vanaf het bekken of de taille zijn mogelijk, maar potentieel minder nauwkeurig, vooral tijdens intense fysieke inspanning met veel beweging.

Bovendien blijft onduidelijk of toernooiofficials deze ‘verborgen’ trackers wel zullen accepteren. Als het bezwaar draait om potentiële elektronische communicatie of ongeautoriseerde technologie op de baan, lost verplaatsing van pols naar ondergoed niets op. Het maakt de tracker alleen moeilijker zichtbaar – wat bij controle juist verdenkingen zou kunnen wekken.

En dan is er nog de praktische kant: hoeveel topsporters willen tijdens een meerdaags grandslam­toernooi in een Australische zomer een elektronisch apparaat in hun onderbroek of -shirt? Het comfort en de hygiëne van zo’n constructie tijdens uren durende wedstrijden in de hitte zijn vragen die Ahmed’s enthousiaste aankondiging onbeantwoord laat.

Regelnevel

Wat de kwestie vooral blootlegt, is de onduidelijkheid rond technologie in moderne sport. Terwijl de ITF vooruitstrevend lijkt door draagbare gezondheidstechnologie toe te staan, opereren individuele toernooien kennelijk onder andere richtlijnen. Voor spelers ontstaat zo een lappendeken van regels die per evenement kunnen verschillen.

Die inconsistentie is vooral onbevredigend omdat Whoop-achtige technologie niet gebruikt wordt voor prestatiebevordering tijdens wedstrijden, maar voor herstelmonitoring ertussen. De armbanden trillen niet met coaching-instructies, ze verzamelen data die pas later geanalyseerd wordt. Het verbod lijkt dus niet voort te komen uit een concreet risico, maar eerder uit voorzichtigheid of simpelweg uit gebrek aan duidelijk beleid.

Winnaars en verliezers

Sportief gezien zijn de spelers de dupe: ze missen data over hun fysieke gesteldheid tijdens een veeleisend toernooi. Commercieel gezien is Whoop de grote winnaar, met gratis publiciteit die geen enkele betaalde campagne had kunnen evenaren. De Australian Open-organisatie blijft achter met vragen die ze niet beantwoordt.

Of de ‘creatieve oplossing’ van Whoop daadwerkelijk wordt ingezet – en of officials die accepteren – zal de komende dagen blijken. Tot die tijd blijft het vooral een slimme pr-zet die de absurditeit van de situatie benadrukt zonder die echt op te lossen.

De tenniswereld zou er wellicht beter aan doen om eenduidige, toernooioverstijgende richtlijnen te formuleren over draagbare technologie, in plaats van spelers en fabrikanten te laten laveren tussen tegenstrijdige regels. Tot die tijd blijft het een spelletje kat-en-muis, met als inzet niet de sportieve integriteit, maar vooral de vraag waar precies een fitnesstracker wel of niet mag zitten.