De explosieve groei van kunstmatige intelligentie heeft een onverwacht slachtoffer: de betaalbare smartphone. Door de enorme vraag naar computergeheugen voor AI-systemen stijgen de prijzen van geheugenchips fors, met directe gevolgen voor consumenten die afhankelijk zijn van budgettoestellen.
RAM-prijzen schieten omhoog
De signalen zijn al een tijdje zichtbaar voor wie aandacht besteedt aan de computermarkt. Werkgeheugen is de afgelopen maanden dramatisch duurder geworden. Een standaard kit van 32 GB RAM kost vandaag drie- tot vierhonderd euro meer dan nog geen jaar geleden. Voor veel consumenten een onaangename verrassing bij het upgraden van hun computer.
Maar de gevolgen reiken verder dan de pc-markt. Smartphonefabrikanten zien dezelfde kostenstijgingen terug in hun productiekosten. Marktonderzoeksbureau TrendForce waarschuwt dat consumenten deze prijsstijgingen binnenkort ook zullen voelen bij de aanschaf van een nieuwe telefoon.
Budgetmodellen het hardst geraakt
Niet alle smartphones worden even zwaar getroffen door de stijgende geheugenkosten. Juist de goedkoopste modellen dreigen het gelag te betalen. De rekensom is simpel: bij een instapmodel met een lage winstmarge heeft elke euro extra productiekosten direct impact op de betaalbaarheid of winstgevendheid van het toestel.
Ter illustratie: een toestel als de Samsung Galaxy A17 5G, dat momenteel 221 euro kost, werkt met veel kleinere marges dan bijvoorbeeld de Galaxy S25 of zelfs de middenklasser Galaxy A56 (362 euro). Een bescheiden stijging in de kostprijs van componenten kan bij zulke budgetmodellen al het verschil maken tussen een rendabel product en een verliespost.
Fabrikanten grijpen in: minder geheugen voor dezelfde prijs
TrendForce schetst een somber beeld voor 2026. Het bureau verwacht dat de prijzen van instap- en middenklassemodellen aanzienlijk zullen stijgen. Tegelijkertijd zoeken fabrikanten naar manieren om de impact van de duurdere geheugenchips te beperken.
Een van die maatregelen klinkt als een stap terug in de tijd: sommige budgetsmartphones zullen naar verwachting weer worden uitgerust met slechts 4 GB werkgeheugen. Dat terwijl 6 GB de afgelopen jaren juist de standaard was geworden in het goedkope segment. Voor gebruikers betekent dit waarschijnlijk tragere toestellen die minder apps tegelijk kunnen draaien.
Ook in het middensegment verdwijnt geheugen. De 12 GB RAM die nu nog in veel middenklassetoestellen zit, wordt schaars. In de topklasse stagneert de transitie naar 16 GB, hoewel 12 GB daar wel de norm lijkt te blijven.
Apple en Xiaomi kondigen hogere prijzen aan
De gevolgen blijven niet beperkt tot de Aziatische budgetmerken. Ook bij Apple, bekend om zijn premiumproducten, kijkt men bezorgd naar de geheugenprijzen. Volgens bronnen overweegt het Amerikaanse techbedrijf om de gebruikelijke prijsdalingen voor oudere iPhone-modellen tijdelijk stop te zetten. Ook de prijsstrategie voor nieuwe modellen wordt heroverwogen. Het is dus goed mogelijk dat de volgende generatie iPhones met een fors hogere prijs op de markt komt.
Xiaomi, een van de grootste smartphonefabrikanten ter wereld, was al eerder duidelijk: vanaf 2026 moeten klanten meer betalen voor hun toestellen. De Chinese fabrikant wees daarbij expliciet naar de stijgende kosten van DRAM-geheugen als voornaamste oorzaak.
AI-bedrijven claimen het leeuwendeel
Maar wat ligt er nu precies aan de basis van deze prijsstijgingen? Het antwoord ligt in de datacenters van bedrijven als OpenAI. De kunstmatige intelligentie-industrie verbruikt inmiddels kolossale hoeveelheden computergeheugen voor het trainen en draaien van AI-modellen.
OpenAI kondigde in oktober een deal aan die de omvang van het probleem illustreert: het bedrijf zette 900.000 DRAM-wafers per maand in. Dat is maar liefst 40 procent van het wereldwijde aanbod. En OpenAI is slechts een van de vele spelers in de AI-markt die massaal geheugen inkopen.
Hoewel chipfabrikanten hun productiecapaciteit uitbreiden, kan het aanbod de vraag simpelweg niet bijbenen. Het resultaat: prijzen die blijven stijgen, met alle gevolgen van dien voor producten die ook afhankelijk zijn van dezelfde chips.
Digitale kloof dreigt groter te worden
De situatie roept vragen op over toegankelijkheid en digitale inclusie. Smartphones zijn voor miljoenen mensen wereldwijd niet langer een luxe, maar een noodzaak: voor communicatie, bankieren, werk, onderwijs en overheidscontact. Als betaalbare toestellen verdwijnen of zodanig worden uitgekleed dat ze nauwelijks nog bruikbaar zijn, raakt dat vooral mensen met lagere inkomens.
De ironie is schrijnend: AI wordt vaak gepresenteerd als een democratiserende technologie die producten en diensten toegankelijker maakt. Maar diezelfde AI-revolutie dreigt nu juist een fundamenteel consumentenproduct – de smartphone – buiten bereik te plaatsen van een grote groep gebruikers.
De komende maanden zal duidelijk worden of de markt zichzelf corrigeert, bijvoorbeeld door uitbreiding van productiecapaciteit of afkoeling van AI-investeringen, of dat we getuige zijn van een structurele verschuiving waarbij betaalbare technologie steeds schaarser wordt.




