Drone kopen en gebruiken in België

Drone kopen? Dan begint het pas – Een gids door de Belgische regelgeving

Een drone aanschaffen is vandaag makkelijker dan ooit. Ermee de lucht in? Dat blijkt een ander verhaal. België hanteert een systeem van verplichte registraties, certificaten en leeftijdsbeperkingen dat zelfs ervaren techliefhebbers kan verrassen. Een overzicht van wat je moet weten voordat je opstijgt.

Van onlinewinkelmand naar administratieve rompslomp

De paradox is veelzeggend: een drone bestellen doe je met enkele muisklikken, maar voordat je eerste vlucht mag je eerst door een administratief parcours dat varieert van een simpele online registratie tot een volledig schriftelijk examen met praktische opleiding. De vraag dringt zich op: is deze regeldruk proportioneel, of schiet Europa door in zijn pogingen om een relatief nieuwe technologie in te kaderen?

Voor wie denkt dat een “kleine speeldrone” wel buiten de regelgeving valt, komt de eerste verrassing al snel. Zodra er een camera op zit – en dat is tegenwoordig bij vrijwel elk model het geval – moet je jezelf verplicht registreren. Alleen pure speelgoeddrones zonder camera of sensoren, lichter dan 250 gram, ontsnappen aan deze verplichting. Praktisch gezien betekent dit dat bijna elke drone die je vandaag koopt, van budget-modellen tot professionele apparatuur, onder het registratiesysteem valt.

Het gewicht bepaalt je vrijheid

De Europese regelgeving hanteert een classificatiesysteem op basis van gewicht, wat logisch klinkt maar in de praktijk voor verwarring kan zorgen. Elke nieuwe drone krijgt een CX-label (C0, C1, C2, etc.) dat automatisch bepaalt in welke vliegcategorie je terechtkomt: A1, A2 of A3. Hoe zwaarder je drone, hoe strenger de eisen.

Categorie A1 (onder 250 gram): De instapklasse, waar populaire modellen als de DJI Neo, Mini-serie en HoverAir X1 onder vallen. Registratie is verplicht via het Drone Portal van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer – een proces dat verrassend vraagt om je nummer van je familiale verzekering. De veronderstelling dat je standaard verzekerd bent voor recreatief dronegebruik blijkt niet altijd te kloppen, dus navraag bij je verzekeraar is geen overbodige luxe.

Opvallend: in België mag je al vanaf 14 jaar registreren, terwijl de rest van Europa 16 jaar als minimum hanteert. Je hoeft geen examen af te leggen, maar over gebouwen en individuele mensen vliegen mag – zolang het geen “grote menigtes” zijn. Die laatste formulering laat veel ruimte voor interpretatie, wat in geval van incidenten ongetwijfeld voor juridische discussies kan zorgen.

Categorie A1 (250-900 gram): Hier verandert het spel. Modellen als de DJI Air- en Avata-series vereisen niet alleen registratie, maar ook een gratis online handboek en een digitaal examen via het Drone Portal. Hoewel je nog steeds dezelfde vliegvrijheden behoudt, moet je eerst kunnen aantonen dat je de basisprincipes beheerst.

Categorie A2 (900 gram-4 kilo): Bij zwaardere modellen, zoals bepaalde DJI Mavic-series, wordt het menens. Een theoretische opleiding, schriftelijk examen én praktische training zijn verplicht. De minimumleeftijd ligt op 16 jaar, en je moet 5 meter afstand houden tot onbetrokken personen bij lage snelheid, 30 meter bij hogere snelheden.

Wie de praktische opleiding overslaat, kan kiezen voor de A3-regels met een online examen, maar moet dan maar liefst 150 meter afstand houden van mensen en gebouwen. Het systeem voelt aan als een bureaucratische boetedoening voor wie geen tijd of geld wil investeren in een praktijktest.

Europa heeft gesproken, België heeft aangepast

De regels gelden voor heel Europa, met hier en daar landspecifieke aanpassingen. Voor de volledige “Open-categorie” – waar vrijwel alle recreatieve drones onder vallen – hanteert België negen kernregels:

  1. Niet vliegen over mensenmenigtes (festivals, betogingen)
  2. Maximum vlieghoogte van 120 meter
  3. Visueel contact behouden met je drone
  4. Geen goederen droppen
  5. Geozones respecteren via de Droneguide-app
  6. Afstand houden van hulpdiensten
  7. Nachtvluchten zijn toegestaan, mits met groen, flikkerend waarschuwingslicht
  8. Kinderen enkel onder begeleiding van gecertificeerde volwassene
  9. Privacy van anderen respecteren

Punt zeven is opvallend: in tegenstelling tot buurlanden mag je in België wel ’s nachts vliegen, zij het met extra signalering. Of dat een consumentvriendelijke maatregel is of gewoon vraagt om problemen, hangt af van je perspectief.

Gezond verstand versus juridische paragrafen

De regelgeving sluit af met een oproep om “je verstand te gebruiken” – een zinsnede die ietwat wringt na pagina’s vol specifieke voorschriften. Natuurlijk moet je niet rakelings langs mensen vliegen en privacy respecteren. Maar de vraag is of burgers dit niet sowieso al zouden doen, zonder dat het expliciet moet worden opgesomd.

Praktische tips die wél waardevol zijn: let op waarschuwingen in je drone-app, want die kunnen aangeven dat je in een zone zit waar toestemming vereist is. En hoewel veel drones een tracker hebben wanneer ingeschakeld, beschikken ze niet altijd over GPS-tracking in uitgeschakelde toestand. Een AirTag of vergelijkbare tracker bevestigen aan je drone kan verlies voorkomen – een tip die suggereert dat het verliezen van drones geen zeldzaamheid is.

Een systeem op zoek naar balans

De Belgische en Europese droneregulering worstelt zichtbaar met een spanningsveld: enerzijds de wens om een groeiende industrie niet te verstikken, anderzijds de noodzaak om veiligheid en privacy te waarborgen. Het resultaat is een compromis dat consumenten confronteert met administratieve stappen die variëren van “nog net acceptabel” tot “verrassend complex”.

Voor wie een drone van 200 gram koopt om wat luchtfoto’s te maken tijdens een weekendje Ardennen, voelt de verplichte registratie met verzekeringsnummer wellicht als bureaucratische overkill. Voor wie een 3 kilo wegende drone aanschaft, lijkt een theoretisch en praktisch examen niet eens zo gek.

De hamvraag blijft: bereikt deze regelgeving zijn doel? Worden drones veiliger ingezet, of creëren we vooral een drempel die hobbyisten afschrikt terwijl de echte risico’s elders liggen? Het antwoord op die vraag zal de komende jaren moeten blijken, naarmate meer Belgen de lucht in gaan – of besluiten het toch maar niet te doen.

Praktisch: Registreer via het officiële Drone Portal van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Check voor elke vlucht de Droneguide-app voor geozones. Plak je UAS-exploitantnummer zichtbaar op je drone. En vergeet niet: als de politie aanklopt, is “ik wist het niet” sinds vandaag geen excuus meer.

Leave a Reply

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *