Europese regelgeving zou smartphones jarenlang van updates moeten voorzien, maar de wet blijkt een papieren tijger. Door één enkel woord in de juridische tekst kunnen fabrikanten de regels vrijwel volledig negeren – en daar maken ze gretig gebruik van.
De Europese Unie kondigde met veel bombarie aan dat smartphones voortaan veel langer software-updates zouden krijgen. Fabrikanten zouden verplicht worden om vijf jaar lang beveiligings- en functionaliteitsupdates te leveren – een belangrijke stap in de strijd tegen elektronisch afval. Maar wie de daadwerkelijke wettekst leest, ontdekt een opmerkelijk detail: de wetgeving verplicht fabrikanten helemaal nergens toe.
Het probleem zit hem in één enkel woordje: “als”. Motorola, eigendom van Lenovo, wees daar al in november op en kreeg nu officieel gelijk van de Finse toezichthouder Tukes, die verantwoordelijk is voor handhaving van de Europese ecodesignwetgeving.
Wat er daadwerkelijk in de wet staat
De relevante passage staat in Annex 2, subsectie 1.2, punt 6, paragraaf a van de ecodesignverordening. Vertaald komt het neer op het volgende: fabrikanten moeten updates vijf jaar beschikbaar houden voor installatie – als ze updates uitbrengen.
“In antwoord op je vraag of exploitanten verplicht zijn om nieuwe updates te produceren, is onze interpretatie van de ecodesignvereisten dat dit niet het geval is”, schreef Tukes in een reactie op vragen van techblog Afterdawn. De toezichthouder bevestigt daarmee wat critici al vreesden: de wet verplicht alleen tot het beschikbaar houden van updates, niet tot het daadwerkelijk maken ervan.
Concreet betekent dit: een fabrikant kan besluiten om na zes maanden geen updates meer uit te brengen. Zolang die ene update die in die zes maanden is uitgebracht maar vijf jaar beschikbaar blijft, is de fabrikant in overtreding met de wet. Sterker nog: een fabrikant zou zelfs helemaal geen enkele update kunnen uitbrengen, en overtreedt dan nog steeds geen regel.
Van ambitieuze doelstelling naar juridisch gat
Het contrast tussen de oorspronkelijke ambitie en de uiteindelijke wetgeving is opmerkelijk. Toen de regelgeving werd aangekondigd, spraken Europese beleidsmakers vol enthousiasme over hoe smartphones eindelijk langer mee zouden gaan. Minder e-waste, duurzamere consumptie, minder uitbuiting van grondstoffen – het paste perfect in de Europese Green Deal.
Wat er uiteindelijk uit de bureaucratische molen is gekomen, is een wassen neus. Een woordvoerder van Tukes suggereert voorzichtig dat er mogelijk iets is misgegaan tussen de oorspronkelijke intentie en de definitieve formulering, maar wil daar niet expliciet over uitweiden. Dat is diplomatiek geformuleerd voor: ja, hier is iets flink mis gegaan in het wetgevingsproces.
Fabrikanten gebruiken het gat gretig uit
Motorola, dat de zwakte in de wetgeving als eerste naar buiten bracht, maakt er geen geheim van dat het zich aan de letter van de wet houdt – en niet aan de geest ervan. Het bedrijf is niet verplicht om vijf jaar updates te geven, dus waarom zou het? Voor consumenten is dat slecht nieuws: veel Motorola-toestellen krijgen nog altijd maar twee of drie jaar updates, ondanks alle Europese beloftes.
En Motorola is niet de enige. Ook andere fabrikanten met een minder genereus updatebeleid kunnen zich nu comfortabel verschuilen achter dezelfde juridische kleinletters. De wet biedt hun daarvoor alle ruimte.
De vraag is natuurlijk: wisten Europese wetgevers wat ze deden toen ze dit woordje in de tekst lieten staan? Of is dit een klassiek geval van juridische slordigheden waarbij lobbyisten van de industrie net genoeg ruimte wisten te creëren om de verordening effectief uit te hollen?
Sommige fabrikanten doen het wél
Ironisch genoeg tonen andere fabrikanten wel aan dat langere updatesupport mogelijk is – ook zonder dat de wet hen daartoe dwingt. Samsung biedt inmiddels zeven volledige Android-updates aan, zelfs op zijn goedkoopste Galaxy A-toestellen. Google doet iets vergelijkbaars met zijn Pixel-telefoons. Fairphone, de Nederlandse duurzaamheidskampioen, belooft zelfs tien jaar ondersteuning.
Die bedrijven hebben ontdekt dat een goed updatebeleid ook een verkoopargument kan zijn. Consumenten willen steeds vaker toestellen die langer meegaan, en lange software-ondersteuning is daarin een cruciale factor. Maar liefst, zo blijkt, doen fabrikanten het vrijwillig – niet omdat de wet hen daartoe verplicht.
Dat maakt de machteloosheid van de Europese regelgeving des te pijnlijker. Fabrikanten die er wél voor kiezen om consumenten goed te behandelen, doen dat uit eigen beweging. Fabrikanten die daar geen zin in hebben, kunnen zich verschuilen achter een juridisch maas. De wet dwingt niemand tot iets.
Kan de EU dit nog repareren?
Tukes, en bij uitbreiding de Europese Commissie, zitten nu met een probleem. Om de oorspronkelijke doelstelling te bereiken – minder e-waste door langere ondersteuning – moet de wettekst fundamenteel worden herzien. Dat woordje “als” moet eruit, en er moet een harde verplichting komen om daadwerkelijk updates uit te brengen gedurende een bepaalde periode.
Maar zo’n herziening is geen kwestie van een snelle tekstwijziging. Europese wetgeving aanpassen is een langdurig, bureaucratisch proces waarbij alle lidstaten, het Europees Parlement en de Commissie opnieuw om tafel moeten. Dat kan jaren duren. En ondertussen kunnen fabrikanten als Motorola zich blijven verschuilen achter die drie letters.
Het is een pijnlijk voorbeeld van hoe goedbedoelde Europese regelgeving in de praktijk kan stuklopen op juridische details. En van hoe de industrie, met haar bataljons aan advocaten, precies weet hoe ze mazen in de wet kunnen vinden en benutten.
Voor consumenten blijft het advies simpel: kijk bij aanschaf van een nieuwe smartphone naar het updatebeleid van de fabrikant. Want op de Europese wetgeving kun je in dit geval niet vertrouwen.







