Op technologiebeurs CES gooit tv-fabrikant Hisense met indrukwekkende specificaties voor zijn nieuwe RGB miniled-schermen. Het Chinese merk claimt de technologie eindelijk bereikbaar te maken voor gewone consumenten. Maar wie op een prijskaartje hoopt, komt bedrogen uit: die details volgen pas ‘later dit jaar’.
Het jaarlijkse techspektakel in Las Vegas is traditioneel de plek waar tv-fabrikanten elkaar proberen te overtroeven met superlatieven. Hisense doet dit jaar volop mee met een indrukwekkende lading nieuwe modellen, variërend van ‘hypotheek-op-je-huis duur’ tot ‘betaalbaar’ – al blijft die laatste term opvallend vaag.
Van onbetaalbaar tot ‘we zullen zien’
De absolute topper is de 163 MX, een 163-inch microled-scherm dat in de prijsklasse ‘als je het moet vragen, kun je het niet betalen’ valt. Het merk voegt een vierde kleur toe aan de technologie – geel naast rood, groen en blauw – waarmee het scherm het volledige BT.2020-kleurenspectrum zou dekken. Met zijn dikte van drie centimeter lijkt het op een gigantisch schilderij dat plat tegen de muur past. Indrukwekkend, maar relevant voor ongeveer 0,01% van de kopers.
Iets toegankelijker – al is dat relatief – is de 116UXS, die Hisense categoriseert als RGB MiniLED evo. Dit 116-inch scherm werkt nog met achtergrondverlichting, maar gebruikt rode, groene, blauwe én cyaan leds in plaats van traditioneel wit. Die vierde kleur zou vooral water en huidstinten natuurlijker moeten weergeven. Het resultaat: 110% van de BT.2020-kleurennorm en een piekhelderheid van 10.000 nits – genoeg om je retina permanent te beschadigen als je er van dichtbij naar staart, zou je bijna denken.
Het merk spreekt trots over “tienduizenden dimzones”, een getal dat klinkt als veel maar zonder context weinig betekenis heeft. Het 4 centimeter dunne ontwerp heeft vrijwel geen rand en bevat een audiosysteem van Franse akoestiekspecialist Devialet. De prijsklasse? Ergens tussen ‘een mooie auto’ en ‘een hele mooie auto’.
‘Betaalbaar’ – maar hoeveel precies?k
Hier komt de belofte waar consumenten op zitten te wachten: de UR8 en UR9 vormen Hisense’s tweede generatie RGB miniled-schermen en moeten de technologie eindelijk naar “betaalbaardere” prijspunten brengen. Ze zijn verkrijgbaar in formaten van 55 tot 100 inch – althans, dat is het plan – en leveren 100% van de BT.2020-norm met 180 Hz verversingssnelheid. Zelfs Devialet-geluid is aanwezig in dit segment.
Het klinkt veelbelovend, maar hier stuit je op het fundamentele probleem van CES-aankondigingen: niemand weet wat ‘betaalbaar’ betekent. Hisense zou de modellen “in de loop van het jaar” uitbrengen in Europa, maar prijzen blijven vooralsnog een mysterie. Is betaalbaar €1.500? €3.000? €5.000? Het verschil is nogal relevant voor de gemiddelde consument die de hypotheek niet wil verhogen voor een tv.
De vraag blijft: waarom nu RGB miniled?

RGB miniled wordt door meerdere fabrikanten gepresenteerd als de volgende stap in tv-technologie. In plaats van witte leds achter een kleurenfilter, gebruikt het gekleurde leds die direct voor de kleuren zorgen. Het resultaat zou levendigere, accuratere kleuren opleveren met betere schakeringen. Klinkt goed, maar de vraag is natuurlijk: merk je als consument echt het verschil met een moderne OLED of een goede quantum dot-tv?
Het antwoord hangt sterk af van wat je kijkt en hoe kritisch je naar je scherm staart. Voor gemiddelde Netflix-sessies op de bank is het verschil waarschijnlijk marginaal. Voor filmfanaten met 4K HDR-content in een gecontroleerde kijkomgeving? Daar zou het wel eens interessant kunnen worden.
Concurrentie is gezond – als de prijzen kloppen
Hisense is niet de enige die op de RGB-trein springt. LG, Samsung en andere fabrikanten komen ook met vergelijkbare technologieën, wat de vraag oproept of we getuige zijn van een echte technologische sprong of vooral van marketingdifferentiatie. Nieuwe namen voor bestaande technologieën zijn immers een geliefde tactiek op CES.
Dat er concurrentie is, is altijd positief – het duwt prijzen naar beneden en kwaliteit naar boven. Maar voordat we enthousiast worden over deze ‘betaalbare doorbraak’, willen we graag concrete cijfers zien. Pas als de UR8 en UR9 daadwerkelijk in de winkels liggen met prijskaartjes eraan, weten we of Hisense’s belofte over bereikbaarheid meer is dan CES-marketing.
Spektakel versus realiteit
De specificaties zijn indrukwekkend, de technologie veelbelovend en de timing lijkt goed nu OLED-schermen hun technische limieten naderen. Maar tussen een glimmende presentatie in Las Vegas en een bruikbaar product in Nederlandse woonkamers zit nog een wereld van verschil.
RGB miniled klinkt als de toekomst, maar voorlopig blijft het vooral een technologie voor early adopters met ruime portemonnee. De belofte van betaalbaarheid blijft vooralsnog precies dat: een belofte. Pas als Hisense straks met concrete prijzen komt – en hopelijk aantoont dat die technologie echt het prijsverschil waard is – kunnen we beoordelen of dit een doorbraak is of vooral een dure upgrade met minimale zichtbare verbeteringen.
Voor nu geldt: klinkt spannend, ziet er prachtig uit, maar hou je portemonnee nog even dicht tot de echte cijfers bekend zijn. En vooral: tot onafhankelijke tests uitwijzen of al die technische pracht ook daadwerkelijk verschil maakt voor wat je ’s avonds op de bank kijkt.




