Hisense ziet laserprojector als waardig alternatief voor tv met het uitbrengen van de XR10 en PX4-Pro

Hisense zet in op laserprojectors: de tv-killer die waarschijnlijk toch geen tv-killer wordt

Hisense presenteert op CES twee nieuwe laserprojectors die televisies overbodig zouden moeten maken. De XR10 en PX4-Pro beloven indrukwekkende specificaties: tot 300 inch projectiegrootte, 6.000 lumen lichtopbrengst en 4K-resolutie. Maar of dat genoeg is om de gemiddelde consument over te halen van een flatscreen naar een beamer, valt nog te bezien.

Elk jaar op CES wordt de “dood van de televisie” aangekondigd. Meestal is het een nieuw beamermerk dat belooft dat projectoren eindelijk volwassen genoeg zijn om tv’s te vervangen. Dit jaar is het de beurt aan Hisense, dat met twee nieuwe laserprojectors – de XR10 en de PX4-Pro – claimt een “waardig alternatief” te bieden voor grote televisies. De specs zien er indrukwekkend uit, maar de vraag blijft: wil de gemiddelde consument überhaupt een projector in plaats van een tv? En zo ja, zijn deze Hisense-modellen dan de juiste keuze?

XR10: de nieuwe topper met serieuze ambities

De Hisense XR10 is het nieuwe vlaggenschip. Compact in ontwerp, maar met specs die thuisbioscoopfans doen watertanden. Hij kan projecteren vanaf 65 inch tot maar liefst 300 inch – een beelddiagonaal van 7,6 meter. Ter vergelijking: de grootste consument-tv’s die je kunt kopen, zijn rond de 100 inch, en die kosten al tienduizenden euro’s. Een 300 inch-projectie is dus een ander niveau.

Maar grootte alleen is niet genoeg. Het verschil zit hem in de lichtopbrengst en het contrast. De XR10 haalt 6.000 lumen, wat twee keer zoveel is als de eerdere Smart Mini C2 Ultra (3.000 lumen). Dat betekent dat je de projector kunt gebruiken in een goed verlichte woonkamer, zonder dat het beeld volledig wegvalt. Dat is een cruciaal voordeel ten opzichte van traditionele projectoren, die vaak alleen in donkere ruimtes goed functioneren.

Het contrast van 6.000:1 – dankzij het nieuwe IRIS-systeem – is ook een flinke stap vooruit vergeleken met de 2.000:1 van de C2 Pro. Dat zorgt voor diepere zwarttinten en levendigere kleuren, wat vooral bij films en series het verschil maakt. Hisense gebruikt daarvoor een nieuwe chipset, de LPU 3.0 Digital Laser Engine, en een lichtbron met drie pure RGB-lasers. Dat klinkt technisch indrukwekkend, en dat is het ook – op papier.

Optiek en flexibiliteit: 16 glazen lenzen en AI-aanpassing

De XR10 gebruikt 16 glazen lenzen om lichtverlies te minimaliseren en verkleuring tegen te gaan. Dat is belangrijk, want bij goedkopere projectoren zie je vaak dat het beeld aan de randen minder scherp of kleurrijk is. De lenzen kunnen schakelen tussen 65 en 300 inch projectiegrootte, wat betekent dat je de beamer zowel in een kleine kamer als in een grote thuisbioscoop kunt gebruiken.

Een ander knap trucje: dankzij vier camera’s en AI-geautomatiseerde aanpassingen kun je de projector tot 15 graden schuin plaatsen zonder veel kwaliteitsverlies. Dat lost een klassieker beamerprobleem op: het eindeloze gerommel met statief en positionering om het beeld perfect recht te krijgen. Als de XR10 dit echt zo goed doet als Hisense claimt, is dat een flinke verbetering.

Je kunt de lens ook handmatig horizontaal en verticaal verstellen, wat flexibiliteit geeft bij de installatie. Maar ook hier geldt: dit klinkt allemaal goed, maar de praktijk moet nog uitwijzen of het net zo soepel werkt als beloofd.

PX4-Pro: de woonkamerversie

Naast de XR10 lanceert Hisense de PX4-Pro, die expliciet is gericht op de woonkamer in plaats van een dedicated thuisbioscoop. Die kan tot 200 inch (5 meter) projecteren en haalt 3.500 lumen lichtopbrengst – minder dan de XR10, maar nog steeds respectabel. Het contrast is hetzelfde: 6.000:1, en hij ondersteunt ook 4K-resolutie.

Het compacte ontwerp moet gemakkelijker te integreren zijn in een gewone woonkamer. En dankzij de hoge reactiesnelheid zou de PX4-Pro geschikt zijn voor gaming, films en sport. Dat laatste is belangrijk: veel beamers hebben een te hoge input lag voor gamers, wat ze onbruikbaar maakt voor snelle shooters of racespellen. Als Hisense hier echt lage latency kan leveren, is dat een pluspunt.

Ook de PX4-Pro gebruikt TriChroma-lasertechnologie, dezelfde als de XR10. Dat zou moeten zorgen voor levendige kleuren en een breed kleurbereik. Maar weer: de werkelijkheid zal uitwijzen of dat klopt.

De eeuwige vraag: waarom geen tv?

Projectoren hebben voordelen: een enorm beeld voor relatief weinig geld, eenvoudig op te bergen, en een filmische ervaring die tv’s moeilijk kunnen evenaren. Maar ze hebben ook nadelen die fabrikanten als Hisense liever niet benadrukken.

Ten eerste: lampenlevensduur. Laserprojectors gaan langer mee dan traditionele lampen, maar uiteindelijk degraderen ook lasers. Na een paar duizend uur gebruik wordt het beeld minder helder. Bij een tv merk je daar decennia lang weinig van.

Ten tweede: ambient light. Ja, de XR10 haalt 6.000 lumen en kan dus overweg met daglicht. Maar zelfs 6.000 lumen is niet genoeg om te concurreren met een OLED- of Mini-LED-tv in een zonnige kamer. Projectoren blijven kwetsbaar voor omgevingslicht.

Ten derde: geluid. De meeste projectoren hebben ingebouwde speakers die… matig zijn. Je hebt dus een apart audiosysteem nodig, wat extra kosten en complexiteit betekent. Moderne tv’s hebben vaak verrassend goede ingebouwde speakers, of op zijn minst degelijke soundbars die naadloos werken.

En ten vierde: gebruiksgemak. Een tv zet je aan, en hij werkt. Een projector vereist een scherm (of een witte muur), afstand tot het projectievlak, positionering, en vaak ook enige mate van kalibratie. Dat is geen rocket science, maar het is wel meer gedoe dan een tv ophangen.

Prijzen: de grote onbekende

Hisense heeft nog geen prijzen bekendgemaakt, en dat is vermoedelijk geen toeval. Want als de XR10 bijvoorbeeld 5.000 euro gaat kosten, concurreert hij met high-end OLED-tv’s van 77 inch – die geen installatie vereisen, beter werken in verlichte ruimtes, en geen lampvervanging nodig hebben. Als hij daarentegen rond de 2.000 euro blijft, wordt het ineens een stuk aantrekkelijker.

De PX4-Pro zal vermoedelijk goedkoper zijn, mogelijk in de buurt van 1.500 tot 2.500 euro. Maar ook dat is gissen. Tot Hisense concrete cijfers geeft, is het moeilijk om te zeggen of deze projectoren daadwerkelijk “waardig alternatief” zijn, of gewoon weer dure nichegadgets.

CES-beloftes vs. praktijk

De CES-beurs staat bekend om zijn bombastische aankondigingen. Fabrikanten tonen prototypes, beloven revolutionaire features, en presenteren specs die adembenemend klinken. En dan, maanden later, komen de producten uit – en blijken ze toch net iets minder spectaculair dan beloofd.

Dat wil niet zeggen dat de XR10 en PX4-Pro slecht zijn. Integendeel, ze zien er veelbelovend uit. Maar tot onafhankelijke reviews beschikbaar zijn, blijft het afwachten of ze daadwerkelijk leveren wat Hisense belooft. Werkt de AI-kalibratie echt zo goed? Blijft het beeld scherp bij 300 inch? Hoe voelt de input lag aan voor gamers? Dat zijn vragen die pas beantwoord kunnen worden door echte tests.

Conclusie: indrukwekkend, maar geen tv-killer

De Hisense XR10 en PX4-Pro zijn technisch indrukwekkende projectoren met specs die thuisbioscoopfans doen dromen. 300 inch projectie, 6.000 lumen, 4K-resolutie, AI-kalibratie – het klinkt allemaal fantastisch. Maar of ze daadwerkelijk een “waardig alternatief” zijn voor televisies, hangt af van wat je zoekt.

Voor echte filmliefhebbers met een dedicated thuisbioscoop? Absoluut interessant. Voor de gemiddelde consument die gewoon een tv wil aanzetten en Netflix kijken? Waarschijnlijk niet. Projectoren blijven een niche, hoe goed ze ook worden.

En dat is oké. Niet elk product hoeft massaal te zijn. Maar laten we stoppen met doen alsof elke nieuwe beamer “de dood van de tv” inluidt. Want dat is nog lang niet het geval.

Leave a Reply

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *