Homey-smarthomesoftware nu ook op je eigen hardware te draaien

Homey lanceert doe-het-zelf smarthomesoftware – maar vraagt wel geld waar concurrenten gratis zijn

De Nederlandse smarthomefabrikant Homey maakt zijn software nu beschikbaar voor eigen hardware zoals Raspberry Pi’s, mini-pc’s en NAS-systemen. De zogenoemde Self-Hosted Server biedt dezelfde functionaliteit als de dure Homey Pro-hub, maar dan op apparatuur die je al in huis hebt. Het klinkt als een aantrekkelijk alternatief, ware het niet dat Homey 4,99 euro per maand vraagt – of 149 euro voor een levenslange licentie. Daarmee positioneert het bedrijf zich als betaalde concurrent van het populaire, volledig gratis Home Assistant.

Homey Self-Hosted Server, zoals de software officieel heet, draait op allerlei gangbare hardware. Denk aan oude mini-pc’s die je nog ergens hebt liggen, een Raspberry Pi die stof ligt te vangen, of een NAS-systeem van Synology of QNAP dat toch al 24/7 aanstaat. In plaats van honderden euro’s neer te tellen voor een dedicated Homey-hub, kun je nu gebruikmaken van apparatuur die je waarschijnlijk al bezit.

Net als bij de Homey Pro-hub ligt de nadruk op “local-first” bediening – een term die betekent dat je smarthome bij voorkeur lokaal wordt aangestuurd, zonder afhankelijkheid van clouddiensten. De software ondersteunt Matter, LAN-API’s en cloudapparaten out-of-the-box, zonder dat je zelf moet klooien met installatiescripts of configuratiebestanden.

Zigbee en Z-Wave vereisen aparte hardware

Voor wie ook apparaten wil aansturen via Zigbee, Z-Wave, Bluetooth LE, 433 MHz of infrarood, is de situatie minder rooskleurig. Die protocollen vereisen specifieke radiochips die in gewone pc’s of Raspberry Pi’s simpelweg ontbreken. Homey biedt hiervoor de Homey Bridge aan – een apart kastje dat je voor 69 euro aan je systeem kunt koppelen.

Die constructie voelt een beetje vreemd. Het hele idee van self-hosted software is juist dat je zelf de controle hebt over je hardware. Door alsnog een Homey-apparaat te moeten kopen voor de belangrijkste smarthomeprotocollen, blijf je gedeeltelijk afhankelijk van de fabrikant. Bovendien kun je voor diezelfde 69 euro ook gewoon USB-dongles kopen die Zigbee of Z-Wave ondersteunen en die rechtstreeks op je hardware aansluiten – precies zoals Home Assistant dat doet.

De vraag is dus of je werkelijk “self-hosted” bent als je alsnog Homey-hardware nodig hebt voor basisfunctionaliteit.

4,99 euro per maand of 149 euro levenslang: is dat redelijk?

Hier komt het meest controversiële aspect van de lancering: Homey vraagt geld voor software die je op eigen hardware draait. Je betaalt ofwel 4,99 euro per maand via een doorlopend abonnement, ofwel 149 euro voor een eenmalige, levenslange licentie.

Reken maar even mee: na 30 maanden – net geen drie jaar – ben je al beter uit met de levenslange licentie. Dat maakt de keuze voor langetermijngebruikers een no-brainer, maar roept ook de vraag op waarom Homey überhaupt een maandabonnement aanbiedt. Alleen mensen die de software kort willen uitproberen of verwachten binnen drie jaar te switchen, zouden voor het abonnement moeten kiezen.

Voor Homey is het abonnementsmodel natuurlijk aantrekkelijker: een gestage stroom aan terugkerende inkomsten in plaats van eenmalige betalingen. Maar voor gebruikers voelt het als een poging om hen in een abonnement te lokken dat op termijn duurder uitpakt dan de levenslange licentie.

Home Assistant doet hetzelfde, maar dan gratis

Het probleem voor Homey is dat het zich met deze software rechtstreeks positioneert tegen Home Assistant – dé gevestigde naam in doe-het-zelf smarthome-software. En Home Assistant is volledig gratis en open source.

Home Assistant draait op precies dezelfde hardware als Homey Self-Hosted Server: Raspberry Pi’s, NAS-systemen, oude pc’s. Het ondersteunt ook dezelfde protocollen – sterker nog, met goedkope USB-dongles kun je Zigbee, Z-Wave en andere standaarden rechtstreeks integreren zonder extra kastjes. De community is gigantisch, met duizenden add-ons, integraties en automations die gebruikers gratis delen.

Waarom zou je dan 149 euro betalen voor Homey? Het enige antwoord kan zijn: gebruiksgemak. Home Assistant staat bekend als krachtig maar complex, met een steile leercurve. Homey belooft een toegankelijkere, gebruiksvriendelijkere ervaring – een plug-and-play alternatief voor mensen die niet urenlang YAML-configuraties willen schrijven.

Maar is dat gebruiksgemak 149 euro waard? Voor sommigen vast wel. Voor veel techneuten die toch al met Home Assistant experimenteren, waarschijnlijk niet.

Lage instapdrempel, maar hidden costs

Homey promoot de Self-Hosted Server nadrukkelijk als een optie met “lage instapkosten”. En in vergelijking met de Homey Pro-hub, die ruim 200 euro kost, en de Pro Mini (eveneens boven de 200 euro), klopt dat zeker. Je hoeft geen dure dedicated hardware aan te schaffen, maar kunt gebruikmaken van apparatuur die je toch al hebt.

Maar de werkelijke kosten stapelen zich op. Wil je Zigbee en Z-Wave? Dan heb je de Homey Bridge nodig voor 69 euro. Tel daarbij de 149 euro voor de software op, en je zit al op 218 euro – precies in de buurt van wat een Homey Pro-hub kost. Het voordeel van eigen hardware verdampt dan snel, tenzij die hardware aanzienlijk krachtiger is dan wat Homey zelf levert.

En dat brengt ons bij een ander punt: de Homey Pro draait op relatief bescheiden hardware. Een Raspberry Pi 4 of 5 is daar waarschijnlijk minstens equivalent aan, zo niet krachtiger. Een oude desktop-pc of moderne NAS overklast de Homey Pro moeiteloos. Voor power users die tientallen apparaten en complexe automations willen draaien, kan dat extra vermogen de moeite waard zijn.

Maar hoeveel smarthomegebruikers zitten op dat niveau? De meeste mensen hebben enkele slimme lampen, een thermostaat en misschien wat schakelaars. Voor die use case is de extra rekenkracht van een desktop-pc volstrekt overbodig.

Homey Cloud blijft bestaan voor cloudfans

Interessant detail: Homey blijft ook Homey Cloud aanbieden voor gebruikers die uitsluitend cloudgebaseerde smarthome-apparaten gebruiken. Die dienst vereist geen eigen hardware en draait volledig in de cloud van Homey zelf.

Met de Self-Hosted Server heeft Homey nu dus drie softwareaanbiedingen: Cloud (volledig in de cloud), Self-Hosted (lokaal op eigen hardware), en de Pro-hubs (lokaal op Homey-hardware). Dat lijkt een heldere segmentatie: casual gebruikers kiezen Cloud, enthousiastelingen kiezen Self-Hosted, en wie het liefst alles plug-and-play wil, koopt een Pro-hub.

Maar die segmentatie creëert ook verwarring. Welke versie ondersteunt welke functies? Zijn er verschillen in snelheid of betrouwbaarheid? Homey communiceert niet helder of alle drie de opties dezelfde software draaien, of dat er subtiele verschillen zijn.

Een gamble op gebruiksvriendelijkheid

Homey’s strategie is duidelijk: wedden dat er genoeg gebruikers zijn die smarthome-automatisering willen zonder de complexiteit van Home Assistant, maar ook zonder de kosten van een volwaardige hub. Die tussenmarkt bestaat ongetwijfeld – de vraag is hoe groot die is.

Voor Homey-fans die al geïnvesteerd hebben in het ecosysteem en toevallig oude hardware hebben liggen, is de Self-Hosted Server een logische stap. Voor mensen die vanaf nul beginnen, is het een lastiger verkooppraatje. Waarom 149 euro betalen als Home Assistant gratis is? Het antwoord moet liggen in een significant betere gebruikerservaring – en of Homey dat kan waarmaken, zal de komende maanden blijken uit reviews en gebruikerservaringen.

Voorlopig lijkt Homey een interessante optie te hebben toegevoegd aan het smarthomelandschap, maar geen gamechanger. De concurrentie is hevig, de prijzen zijn discutabel, en het voordeel ten opzichte van gratis alternatieven blijft onduidelijk. Voor een Nederlandse speler in een internationaal gedomineerde markt is dat een precaire positie.

Leave a Reply

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *