OnePlus heeft zijn eerste Turbo-smartphones officieel onthuld, en de specificaties zijn op z’n minst opmerkelijk te noemen. De Turbo 6 en Turbo 6V pakken uit met een batterij van 9.000 mAh in een behuizing die slechts 8,5 millimeter dik is – een combinatie die tot voor kort technisch nauwelijks haalbaar leek.
Van aankondiging naar realiteit
De komst van de Turbo-serie was geen verrassing meer. Li Jie, president van OnePlus China, bevestigde de plannen al in 2025. Maar tussen aankondigen en daadwerkelijk leveren zit vaak een wereld van verschil in de techwereld. Nu de toestellen officieel zijn, wordt meteen duidelijk waar OnePlus met het ‘Turbo’-label naartoe wil: extreme accucapaciteit in een verrassend compacte vormfactor.
De cijfers spreken voor zich. Beide modellen krijgen een batterij van 9.000 mAh – een capaciteit die een jaar geleden nog bijna ondenkbaar was, zeker in combinatie met de dikte van deze smartphones. Ter vergelijking: de Galaxy S25-serie van Samsung, die een vergelijkbare dikte heeft van ongeveer 8,5 millimeter, moet het doen met maximaal 5.000 mAh. OnePlus claimt dus bijna het dubbele te hebben weten te proppen in eenzelfde formaat. Opladen gebeurt bovendien met 80 watt, wat snelladen mogelijk maakt ondanks de enorme capaciteit.
Het roept de vraag op hoe OnePlus dit voor elkaar heeft gekregen. Waarschijnlijk speelt een combinatie van nieuwere batterijtechnologie en slimme interne indeling een rol, hoewel het bedrijf zelf weinig technische details heeft vrijgegeven. Wel valt op dat dergelijke capaciteiten steeds vaker mogelijk worden – een trend die de komende jaren waarschijnlijk doorzet.
Turbo 6 versus Turbo 6V: nuances in de line-up
Hoewel beide toestellen dezelfde naam dragen met slechts een toevoeging, zijn er wel degelijk verschillen. Het belangrijkste onderscheid zit in de chipset. De Turbo 6 draait op de Snapdragon 8s Gen 4, een processor die we ook kennen van de OnePlus Nord 5. De Turbo 6V moet het doen met de Snapdragon 7s Gen 4, een trager alternatief dat duidelijk een stapje minder presteert.
Ook op het gebied van werkgeheugen gaapt er een kloof: de Turbo 6 beschikt over 12 GB RAM, terwijl de 6V blijft steken op 8 GB. In theorie is de Turbo 6 dus sneller en beter uitgerust voor veeleisende taken. Al moet gezegd dat ‘Turbo’ als merknaam in dit geval misschien iets te enthousiast klinkt. Beide chipsets moeten namelijk duidelijk onderdoen voor topmodellen als de Snapdragon 8 Elite Gen 5 of Snapdragon 8 Gen 5. Het zijn eerder middenklasse-processoren, zij het dan wel recente.
Een tweede verschil tussen beide modellen betreft het scherm. De Turbo 6 krijgt een 165Hz-oledscherm, de Turbo 6V een 144Hz-variant. In beide gevallen gaat het om een 6,78-inch-oledpaneel met een piekhelderheid van 1.800 nits – specificaties die voor de meeste gebruikers meer dan voldoende zouden moeten zijn. Het verschil in verversingssnelheid zal voor de gemiddelde consument nauwelijks merkbaar zijn, hoewel gaming-enthousiastelingen mogelijk wel een voorkeur hebben.
Op cameragebied houdt OnePlus het opvallend eenvoudig, zeker voor een serie die ‘Turbo’ in de naam draagt. De hoofdcamera is een 50MP-sensor, bijgestaan door een bescheiden 2MP-macrocamera. Voor selfies is er een 16MP-frontcamera. Het is een setup die functioneel is, maar weinig ambitieus – en die illustreert dat OnePlus met deze serie duidelijk prioriteit geeft aan accuduur boven fotografische veelzijdigheid.
De grote vraag: komt de Turbo-serie naar Europa?
Voor Europese consumenten is één vraag relevanter dan alle specificaties bij elkaar: komen deze toestellen hier überhaupt? OnePlus heeft de Turbo 6 en 6V voorlopig enkel in China gelanceerd. Dat is op zich niet ongebruikelijk – veel Chinese smartphonemerken testen nieuwe series eerst op de thuismarkt voordat ze internationaal gaan.
Dat de naam ‘Turbo’ zelf naar Europa komt, lijkt weinig waarschijnlijk. OnePlus hanteert vaker verschillende namen voor verschillende markten, afhankelijk van lokale voorkeuren en marketingstrategieën. Volgens recente geruchten zou de Turbo 6 in Europa kunnen verschijnen als de OnePlus Nord 6 – een logische keuze gezien de Nord-lijn zich richt op betaalbare middenklasse-apparaten.
Wel blijft de hoop dat OnePlus dan de chipset aanpast. De Snapdragon 8s Gen 4 zit immers nu al in de Nord 5, wat het opnemen van diezelfde processor in een opvolger merkwaardig zou maken. Mogelijk kiest OnePlus voor een upgrade naar een krachtiger alternatief, hoewel dat uiteraard ook de prijs zou beïnvloeden.
Over prijzen is voorlopig nog niets bekend. Pas na een eventuele Europese introductie – en mét kennis van de definitieve specificaties voor die markt – valt daar iets zinnigs over te zeggen. Wat wel vaststaat, is dat een smartphone met 9.000 mAh-batterij in een dun ontwerp een unieke propositie zou zijn op de Europese markt, waar dergelijke capaciteiten nog zeldzaam zijn.
Accuduur als unique selling point
De OnePlus Turbo-serie illustreert een verschuiving in prioriteiten binnen de smartphonemarkt. Waar jarenlang de focus lag op steeds krachtigere processors, betere camera’s en slimmere software, lijkt accuduur nu centraal te staan – of in elk geval meer aandacht te krijgen. Voor veel gebruikers is een lege batterij halverwege de dag immers frustrerender dan een iets tragere processor.
Of OnePlus met deze aanpak succesvol zal zijn, hangt af van meerdere factoren: de uiteindelijke prijs, beschikbaarheid buiten China, en niet in de laatste plaats hoe goed de marketing weet uit te leggen waarom je 9.000 mAh nodig hebt. Want hoewel meer altijd beter klinkt, gebruiken veel consumenten hun smartphone niet intensief genoeg om het volle potentieel van zo’n enorme batterij te benutten.
Voorlopig blijft het vooral afwachten wat OnePlus precies van plan is met de internationale lancering. De technologie is er, de interesse waarschijnlijk ook – nu nog de bevestiging dat Europa inderdaad deel uitmaakt van de plannen.




