Samsung heeft de contractprijzen van DDR5-werkgeheugen in één klap verdubbeld naar bijna 20 dollar per module. Bedrijven die nog RAM willen inkopen, krijgen te horen dat er “geen voorraad” meer is – tenzij ze bereid zijn fors te betalen. De prijsexplosie treft ook consumenten, die inmiddels meer dan 400 euro betalen voor geheugen dat afgelopen zomer nog voor een kwart van dat bedrag te koop was. Critici verwijten de geheugengigant misbruik te maken van zijn machtspositie.
De RAM-markt verkeert in een crisis die steeds absurdere vormen aanneemt. Een standaard kit van 32 GB DDR5-werkgeheugen kostte medio december 2025 ruim 400 euro – een verviervoudiging ten opzichte van de zomer, toen diezelfde kit voor net iets meer dan 100 euro over de toonbank ging. Wie hoopte dat de prijzen na deze explosieve stijging zouden stabiliseren of zelfs dalen, komt bedrogen uit.
Volgens bronnen die tipgever Jukan05 op X citeert, heeft Samsung de contractprijzen voor zakelijke klanten “abrupt verdubbeld” naar 19,95 dollar per module. Die informatie zou afkomstig zijn van Taiwanese mediaberichten over de halfgeleiderindustrie. Downstreamklanten – fabrikanten van pc’s, laptops en smartphones die RAM inkopen om in hun producten te verwerken – krijgen te horen dat er simpelweg geen voorraad meer is, en dat wie toch wil bestellen daar het dubbele voor moet betalen.
DDR4 biedt geen uitweg: ook oude technologie wordt schaars en duur
Bedrijven die hopen de prijsexplosie te ontwijken door terug te grijpen naar de oudere DDR4-standaard, komen van een koude kermis thuis. Ook de contractprijzen van 16 GB DDR4-modules zijn inmiddels gestegen tot 18 dollar – nauwelijks goedkoper dan het modernere DDR5. Het prijsverschil dat vroeger DDR4 aantrekkelijk maakte als budgetoptie, is nagenoeg verdampt.
Bovendien kampt ook DDR4 met voorraadproblemen. Veel fabrikanten hebben hun productie al omgeschakeld naar DDR5, de nieuwere standaard die hogere snelheden en efficiëntie biedt. De productiecapaciteit voor het inmiddels verouderde DDR4 is daarom flink teruggeschroefd. Wie nu DDR4 nodig heeft, moet vechten om de schaarse restvoorraden – en daar flink voor betalen.
Die situatie schept een bizarre paradox: zelfs oude technologie wordt duur omdat er niemand meer aan wil verdienen. Voor fabrikanten van budgetapparaten – die juist vaak nog op DDR4 vertrouwen om kosten te besparen – is dit een nachtmerriescenario.
“Samsung weet hoe het spel gespeeld moet worden”
Taiwanese media die de situatie volgen, melden dat de geheugenmarkt eerder dit jaar nog anticipeerde op een afvlakking van de prijzen. Bepaalde spotprijzen – de prijzen voor directe, kleine transacties buiten langetermijncontracten – lieten zelfs een dalende trend zien. Die ontwikkeling leek een voorbode van rust na de storm.
Maar die rust kwam er niet. Sterker nog: Samsung draaide juist de geldkraan verder open. En dat is volgens branchekenners geen toeval. “Samsung weet inmiddels hoe het spel gespeeld moet worden,” citeren Taiwanese media bronnen uit de industrie. Als veteraan in de geheugenmarkt – een sector waar Samsung samen met SK Hynix en Micron een oligopolie vormt – kent het bedrijf de spelregels door en door.
Die formulering is veelzeggend. Het suggereert dat Samsung niet zomaar reageert op marktomstandigheden, maar de markt actief beïnvloedt. Door productie terug te schroeven en voorraden krap te houden, kan het bedrijf de prijzen kunstmatig hoog houden. Voor een bedrijf dat zijn winstmarges wil maximaliseren, is dat rationeel gedrag. Voor de rest van de industrie – en uiteindelijk voor consumenten – is het fnuikend.
Antitrustzorgen: is dit marktwerking of machtsmisbruik?
De situatie roept onvermijdelijk vragen op over marktmacht en mogelijk kartelgedrag. De geheugenmarkt wordt gedomineerd door drie grote spelers die samen meer dan 90 procent van de wereldwijde productie voor hun rekening nemen. In het verleden zijn deze bedrijven al meerdere keren veroordeeld voor prijsafspraken en andere vormen van mededingingsbeperkend gedrag.
In 2018 betaalde Samsung nog een schikking van 6 miljoen dollar aan de Amerikaanse autoriteiten vanwege prijsmanipulatie op de DRAM-markt. En dat was niet de eerste keer: ook in 2005 werden Samsung, Hynix en andere fabrikanten veroordeeld voor het kunstmatig hoog houden van geheugenprijzen.
De huidige prijsexplosie heeft alle kenmerken van déjà vu. Fabrikanten die niet anders kunnen dan bij deze drie spelers inkopen, staan machteloos. Kleinere geheugenproducenten bestaan nauwelijks meer, en nieuwe toetreders hebben miljarden nodig om productiecapaciteit op te bouwen – een investering die zich pas na jaren terugbetaalt, als de markt al lang weer is verschoven.
Domino-effect: goedkope apparaten worden nóg schraler
De gevolgen van de prijsstijgingen zullen zich door de hele consumentenelektronica voortplanten. Fabrikanten van pc’s, laptops en smartphones staan voor een onmogelijke keuze: ofwel de prijzen fors verhogen en daarmee klanten afschrikken, ofwel bezuinigen op componenten om de eindprijs betaalbaar te houden.
Die laatste optie zal vooral zichtbaar worden in budgetapparaten. In 2026 dreigen we opnieuw smartphones met slechts 4 GB werkgeheugen te zien – een specificatie die de afgelopen jaren eindelijk uitfaseerde, maar nu een comeback lijkt te maken. Ook laptops met 8 GB RAM, lange tijd de minimumstandaard voor degelijk gebruik, zouden weer “normaal” kunnen worden in het instapsegment.
Voor consumenten betekent dat een stap terug in gebruikservaring. Moderne besturingssystemen en apps zijn steeds geheugenhongeriger geworden. Windows 11 en macOS vragen al snel 8 GB of meer voor comfortabel gebruik, zeker als je meerdere programma’s tegelijk open hebt. Een smartphone met 4 GB RAM kan nauwelijks meer multitasken zonder apps uit het geheugen te gooien.
Met andere woorden: waar we de afgelopen jaren gewend raakten aan steeds krachtigere apparaten voor hetzelfde geld, dreigt nu een periode waarin budgetapparaten weer krapper en trager worden. Niet omdat de technologie achteruitgaat, maar omdat een handvol bedrijven ervoor kiest de markt krap te houden.
Geen verlichting in zicht
Wanneer de prijzen weer normaliseren, durft niemand te voorspellen. De geheugenindustrie kent historisch een cyclisch patroon van schaarste en overschot, maar die cycli worden steeds meer beïnvloed door strategische beslissingen van de dominante spelers dan door organische vraag en aanbod.
Voor consumenten rest voorlopig weinig anders dan afwachten – of die upgrade nog even uitstellen. Wie nu een nieuwe pc of laptop koopt, betaalt een forse meerprijs voor iets dat een half jaar geleden nog spotgoedkoop was. En de kans dat Samsung en zijn concurrenten uit zichzelf de productie weer opschroeven en de prijzen laten zakken, lijkt gering zolang de winsten blijven binnenstromen.
De geheugenmarkt toont opnieuw aan hoe kwetsbaar de tech-industrie is voor oligopolistische praktijken. Zolang een handvol bedrijven de productie controleert, blijven fabrikanten én consumenten overgeleverd aan hun strategische beslissingen. En die beslissingen worden, dat blijkt maar weer, gedreven door winstmaximalisatie – niet door wat goed is voor de markt of eindgebruikers.




