Samsung werkt aan een brede vouwtelefoon die verdacht veel lijkt op Apples aangekondigde iPhone Fold. Beide toestellen krijgen een compact, breed formaat en een 4:3-scherm. De vraag is: kopieert Samsung Apple, of is het andersom?
Het eeuwige kat-en-muisspel tussen Samsung en Apple krijgt een nieuw hoofdstuk. Terwijl Apple zich opmaakt om in september 2026 eindelijk zijn eerste vouwtelefoon te lanceren – de iPhone Fold – blijkt Samsung al druk bezig met een gelijksoortig model: de Wide Fold. De specs lijken opvallend genoeg nagenoeg identiek, wat de vraag oproept wie hier van wie inspireert. Of, minder vriendelijk geformuleerd: wie hier van wie kopiëert.
Kort, breed en opvallend vergelijkbaar
De iPhone Fold zou volgens eerdere geruchten een voorkant krijgen van 83,8 mm breed en 120,6 mm lang – aanzienlijk korter dan een reguliere iPhone 17 (71,5 x 149,6 mm), maar wel iets breder. Opgevouwen heb je dan een compact coverscherm van 5,3 à 5,4 inch, en opengevouwen groeit dat uit tot een hoofdscherm van 7,6 of 7,7 inch met een breedte van 167,6 mm.
Nu meldt het Koreaanse vakblad ETNews dat Samsung aan een Wide Fold werkt met vrijwel identieke afmetingen: een hoofdscherm van 7,6 inch en een coverscherm van 5,4 inch. Ook het formaat zou opvallend overeenkomen met wat Apple plant. Toeval? Dat lijkt stug, zeker gezien het verleden waarin beide fabrikanten elkaars moves nauwlettend volgen – en soms schaamteloos overnemen.
Drie vouwtelefoons in één lijn
Met de Wide Fold zou Samsung zijn aanbod aan vouwbare smartphones uitbreiden naar liefst drie modellen: de reguliere Galaxy Z Fold, de experimentele TriFold (een toestel dat twee keer vouwt en uitklapt tot een tabletformaat) en dus de nieuwe Wide Fold. Dat is ambitieus, maar roept ook vragen op. Wil Samsung echt drie verschillende vouwtelefoons op de markt brengen, of is dit vooral een strategie om Apple te overspoelen met opties?
Het risico van zo’n breed aanbod is verwarring bij consumenten. Terwijl Apple waarschijnlijk inzet op één duidelijk vouwmodel, moet Samsung straks uitleggen waarom iemand voor de Wide Fold zou kiezen in plaats van de Z Fold 7 of de TriFold. En laten we eerlijk zijn: zelfs tech-enthousiastelingen hebben moeite om bij te houden wat het verschil is tussen al die Fold-varianten.
4:3-verhouding: handig of hinderlijk?
Beide toestellen – zowel de iPhone Fold als de Wide Fold – zouden in opengevouwen toestand een 4:3-beeldverhouding krijgen op het hoofdscherm. Volgens ETNews maakt dat de telefoon “gemakkelijker vast te houden” en zorgt het ervoor dat webpagina’s “vlotter leesbaar” zijn. Dat klinkt mooi, maar de praktijk is weerbarstiger.
Een 4:3-verhouding is inderdaad prettiger voor browsen en lezen – niet voor niets hadden oude iPads ook die verhouding. Maar voor video’s, die bijna altijd in 16:9 of breder gefilmd zijn, betekent het dikke zwarte balken boven en onder het beeld. Films en series kijken op zo’n scherm wordt dus een halfslachtige ervaring, tenzij je genoegen neemt met een bijgesneden beeld of permanent zwarte randen.
Het is een designkeuze die laat zien dat zowel Samsung als Apple niet precies weten wat gebruikers willen van een vouwtelefoon. Is het een tablet-vervanger voor productiviteit? Of een multimedia-apparaat voor entertainment? De 4:3-verhouding probeert beide doelen te dienen, maar dreigt daardoor geen van beide goed te doen.
Qi2.2 en magnetisch opladen: eindelijk?
Een opvallend detail: de Wide Fold zou Qi2.2-compatibel zijn, wat betekent dat het toestel magneten krijgt voor draadloos opladen – vergelijkbaar met Apples MagSafe. Het draadloos laadvermogen zou 25 watt bedragen, wat respectabel maar niet indrukwekkend is. Ter vergelijking: sommige Chinese fabrikanten bieden al draadloos opladen van 50 watt of meer.
Dat Samsung eindelijk instapt op magnetisch opladen is goed nieuws. De huidige Galaxy Z Fold-modellen missen deze functie, wat voor veel gebruikers een gemis is. Maar ook hier rijst de vraag: waarom duurde dit zo lang? MagSafe bestaat al sinds 2020, en de technologie is niet bepaald raketwetenschap. Het voelt alsof Samsung hier weer Apple achterna loopt in plaats van zelf te innoveren.
Lancering in herfst 2026: clash of the folds
Zowel de iPhone Fold als de Samsung Wide Fold zouden in het najaar van 2026 op de markt komen, wat betekent dat beide toestellen elkaar rechtstreeks beconcurreren. Voor consumenten is dat goed nieuws: concurrentie drijft prijzen naar beneden en kwaliteit naar boven. Maar het roept ook de vraag op of de markt klaar is voor nóg meer vouwtelefoons.
Vouwbare smartphones blijven vooralsnog een nichemarkt. Ze zijn duur, kwetsbaar en lossen niet echt een probleem op dat consumenten zelf hebben geïdentificeerd. De Z Fold-serie van Samsung verkoopt redelijk, maar verre van spectaculair. Apple heeft het voordeel van een enorme fanbase die bereid is om alles te kopen wat de fruitlogo draagt, maar of dat genoeg is om de iPhone Fold tot succes te maken, valt nog te bezien.
Innovatie of imitatie?
De overeenkomsten tussen de iPhone Fold en de Samsung Wide Fold zijn te groot om toeval te zijn. Beide fabrikanten hebben duidelijk naar elkaar gekeken en geconcludeerd dat een kort, breed formaat met 4:3-scherm de weg vooruit is. Maar is dat ook echt wat consumenten willen? Of is dit weer een voorbeeld van techbedrijven die producten maken omdat ze het kunnen, niet omdat er vraag naar is?
Samsung verdient krediet voor het durven experimenteren met drie verschillende vouwmodellen. Maar zonder duidelijke differentiatie dreigt de Wide Fold verwaterd te raken in een zee van opties. Apple daarentegen zal waarschijnlijk inzetten op één ijzersterk product, zoals het bedrijf altijd doet – en daarmee mogelijk alsnog de wedstrijd winnen, zelfs al was Samsung er technisch gezien eerder.
De vouwrace is begonnen. Of er aan de finish ook echt een winnaar staat, hangt af van de vraag die nu nog niet beantwoord is: wil iemand dit eigenlijk wel?




