Twee grote fabrikanten halen gezamenlijk meer dan 6.500 speedpedelecs van de weg na berichten over defecte voorvorken die tijdens het rijden kunnen scheuren. De terugroepacties werpen vragen op over de toereikendheid van huidige veiligheidsnormen voor deze snelle e-bikes.
Wie dagelijks 45 kilometer per uur haalt op zijn speedpedelec, vertrouwt erop dat de fiets die snelheid aankan. Voor duizenden eigenaren van Stromer- en Klever-modellen blijkt dat vertrouwen misplaatst. Beide merken voeren momenteel grootschalige terugroepacties uit vanwege ernstige constructiefouten aan de voorvork – het onderdeel dat het voorwiel met het frame verbindt.
Stromer: acht gewonden bij vijftien defecten
Het Zwitserse Stromer legt op zijn website openheid van zaken. Het bedrijf roept vrijwillig ongeveer 6.500 verende voorvorken van het merk Wren terug, gemonteerd op de modellen ST3, ST5 en ST7. Het probleem zit in de stuurbuis van de voorvork, die voortijdig kan vermoeien en tijdens gebruik kan scheuren, breken of zelfs volledig loskomen.
De gevolgen zijn geen theoretisch risico. Stromer ontving vijftien meldingen van defecte stuurbuisconstructies, waarvan acht gepaard gingen met letsel bij gebruikers. Bestuurders kunnen bij zo’n defect de controle over de fiets verliezen, met valpartijen als rechtstreeks gevolg.
Die cijfers gelden voor alle landen samen, maar illustreren wel de ernst van de situatie. Wat de zaak voor gedupeerden nog pijnlijker maakt: vervangende voorvorken komen pas begin 2026 beschikbaar. Voor wie zijn speedpedelec dagelijks nodig heeft om naar het werk te pendelen, betekent dat maandenlang gedwongen thuisblijven of uitwijken naar alternatieven.
Klever grijpt preventief in
Ook bij Klever Mobility is er aan de hand met voorvorken, zij het dat het merk de terugroepactie presenteert als preventieve maatregel. Het gaat om een “beperkt aantal” fietsen van de modellen Y-Muse 25, Y-Muse 45 en Model X, allemaal uitgerust met een Spinner-voorvork met aluminium vorkbuis.
Klever stelt dat de voorvork “alle verplichte keuringen glansrijk heeft doorstaan”, maar kiest er toch voor “geen enkel risico te nemen”. De maatregel geldt voor een selectie fietsen vanaf modeljaar 2020. Die formulering – preventief, uit voorzorg – suggereert dat Klever proactief handelt, al rijst de vraag waarom een onderdeel dat alle keuringen doorstond, toch vervangen moet worden.
Bredere problematiek met Wren-voorvorken
Zowel Stromer als Klever zijn niet de enige fabrikanten die worstelen met defecte voorvorken. Diezelfde Wren-vering die nu bij Stromer tot problemen leidt, zat ook in modellen van het Zwitserse merk Opium, dat eerder al een terugroepactie uitvoerde. Dat patroon wijst op een onderliggend kwaliteitsprobleem bij de toeleverancier.
Die situatie roept fundamentele vragen op over de regelgeving rond speedpedelecs. Deze voertuigen rijden 45 kilometer per uur – bijna tweemaal zo snel als een gewone e-bike – en wegen aanzienlijk meer. De klappen die de voorvork moet opvangen bij die snelheden zijn proportioneel harder. Bovendien hebben speedpedelecs grotere remschijven en -klauwen dan reguliere fietsen, wat zorgt voor een veel grotere hefboomwerking op de voorvork tijdens het remmen.
Toch vallen speedpedelecs nog altijd onder dezelfde kwaliteitseisen als gewone fietsen, terwijl hun gedrag zich veel meer in de richting van lichte motorfietsen beweegt. Fabrikanten moeten het doen met normering die niet is toegespitst op de specifieke belastingen van deze snelle, zware voertuigen. Een specifieke standaardisering voor speedpedelecs dringt zich op – anders blijven gebruikers afhankelijk van het goede geluk dat fabrikanten zichzelf strengere criteria opleggen.
Onderhoud als medeverantwoordelijkheid
De rol van de gebruiker verdient ook aandacht. Wie regelmatig speedpedelecs op straat tegenkomt, hoort met enige regelmaat knarsende kettingen, overslaande versnellingen en krijsende schijfremmen – tekenen van achterstallig onderhoud. Speedpedelecs zijn zwaardere voertuigen die regelmatig onderhoud vragen, een besef dat lang niet bij alle eigenaren lijkt doorgedrongen.
Specifiek voor voorvorken geldt: wie zijn ketting verwaarloost, merkt waarschijnlijk ook niet dat de voorvork door de hefboomwerking van de remmen langzaam speling krijgt in het frame. Die beweging wringt geleidelijk aan de stuurpen en de afdekkap van het balhoofdstel omhoog, wat op termijn zorgt voor steeds grotere krachten op de vorkbuis – krachten waar het onderdeel niet voor ontworpen is. Na vele kilometers zonder tussenkomst van een fietsenmaker kan dat leiden tot torsie en uiteindelijk een breuk.
Een simpele controle kan hier al veel voorkomen. Knijp de voorrem in en beweeg de fiets met het voorwiel op de grond voor- en achteruit. Voel of zie je dat de voorvork beweegt in het frame? Dan is aanspanning van het balhoofdstel noodzakelijk: draai de stuurpen los, span de topcap aan, en draai vervolgens de stuurpenbouten weer vast. Als het stuur daarna soepel beweegt en de speling verdwenen is, is het probleem verholpen.
Die eigenverantwoordelijkheid neemt echter niet weg dat speedpedelecs basisveiligheid moeten garanderen. Zolang de regelgeving daar niet op aangepast is, blijven terugroepacties als deze waarschijnlijk geen uitzondering.




