De terugroepactie voor bijna 6.500 Stromer-speedpedelecs met foutieve voorvorken duurt langer dan verwacht. Vervangingsonderdelen komen mogelijk pas in mei 2026 beschikbaar, terwijl gebruikers al maanden gewaarschuwd zijn niet meer te fietsen. De vraag is waarom productiecapaciteit niet eerder werd geregeld.
Foto: © Stromer
Toen Stromer op 5 december 2025 aankondigde bijna 6.500 speedpedelecs terug te roepen vanwege defecte WREN-voorvorken, beloofde het Zwitserse merk dat getroffen klanten begin 2026 geïnformeerd zouden worden over een kosteloze reparatie. Die planning blijkt nu volstrekt onrealistisch te zijn geweest – en dat roept vragen op over hoe serieus de fabrikant de veiligheidskwestie eigenlijk neemt.
In een recente statusupdate aan dealers, leasingbedrijven en eindgebruikers erkent Stromer dat de vrijwillige terugroepactie “mogelijk langer zal duren dan eerder gedacht” – een eufemisme voor het feit dat duizenden speedpedelecrijders tot diep in 2026 in onzekerheid zitten met een fiets die ze niet veilig kunnen gebruiken.
Technische analyses of tijdrekken?
Stromer voert aan dat het de afgelopen maanden samen met WREN, de producent van de foutieve geveerde voorvorken, “aanvullende technische analyses” heeft uitgevoerd. Daarbij zijn oplossingen gevalideerd en specificaties van getroffen onderdelen aangepast. Ook wordt gewerkt aan de voorbereiding van reparatiesets en vervangingsonderdelen voor dealers.
Op papier klinkt dat zorgvuldig en grondig. Maar de vraag dringt zich op: waarom gebeurde dit niet vóór de terugroepactie werd aangekondigd? Een terugroepactie aankondigen zonder dat duidelijk is wanneer onderdelen beschikbaar komen, is bestuurders een dienst bewijzen noch een bewijs van serieus veiligheidsmanagement.
Voor consumenten die een speedpedelec van meerdere duizenden euro’s hebben aangeschaft, is dit een regelrechte nachtmerrie. Ze kunnen hun fiets niet veilig gebruiken, maar krijgen ook geen concreet perspectief op wanneer het probleem wordt opgelost. Intussen tikt de tijd verder – en voor wie zijn speedpedelec dagelijks nodig heeft voor woon-werkverkeer, betekent dit maandenlange ellende.
Beperkte productiecapaciteit als drogreden
De kern van het probleem ligt volgens Stromer bij de productie van vervangingsonderdelen. WREN kampt blijkbaar met “beperkte productiecapaciteit”, en omdat Stromer-voorvorken een merkspecifieke constructie hebben, vertraagt het productieproces verder. De eerste leveringen staan gepland voor februari 2026, maar dat betreft slechts een deel van de gebruikers. Pas eind mei 2026 – een half jaar na de aankondiging van de terugroepactie – verwacht Stromer over voldoende onderdelen te beschikken om alle getroffen fietsen te herstellen.
Dit roept fundamentele vragen op over de verantwoordelijkheid van fabrikanten. Als je bijna 6.500 fietsen moet terugroepen vanwege een veiligheidsprobleem dat al tot acht gewonden heeft geleid, zou je mogen verwachten dat productiecapaciteit met hoogste prioriteit wordt opgeschaald. In plaats daarvan lijkt Stromer te accepteren dat duizenden klanten maandenlang met een onbruikbare fiets blijven zitten.
De verklaring dat voorvorken een “merkspecifieke constructie” hebben, klinkt bovendien als een poging de schuld af te schuiven. Het was Stromers eigen beslissing om voor deze constructie te kiezen. Als die keuze nu leidt tot productieproblemen bij terugroepacties, is dat een ontwerpfout – geen omstandigheid buiten de invloedssfeer van het bedrijf.
Rijverbod zonder alternatief
Interim-CEO Nesa Meta van Stromer benadrukt dat “de veiligheid van onze klanten onze hoogste prioriteit blijft” en bedankt hen “voor hun geduld en begrip”. Dat klinkt hoffelijk, maar voelt hol aan voor wie maandenlang zonder fiets zit. Stromer raadt “ten zeerste af” om met de speedpedelec te blijven rijden voordat de reparatie is uitgevoerd, vanwege het verhoogde risico op ongevallen met mogelijk letsel.
Dat advies is begrijpelijk – door het constructiedefect kan de stuurbuis van de voorvork voortijdig vermoeien, scheuren, breken of zelfs volledig loskomen bij snelheden tot 45 km/u. Bij vijftien Stromer-klanten ging de stuurbuisconstructie al daadwerkelijk defect, wat bij acht van hen leidde tot lichamelijk letsel. Dit is geen theoretisch risico, maar een reëel gevaar.
Maar een rijverbod uitvaardigen zonder duidelijk tijdschema voor herstel, en zonder compensatie of alternatieve mobiliteitsoplossing aan te bieden, is weinig klantvriendelijk. Voor veel speedpedelecgebruikers is hun fiets geen luxe, maar noodzakelijk vervoer. Maandenlang zonder zitten betekent terugvallen op duurdere of minder duurzame alternatieven.
Breder probleem in de industrie
Stromer is overigens niet de enige fabrikant die met dit probleem kampt. Ook Klever Mobility riep eerder speedpedelecs met dezelfde WREN-voorvork terug, en het merk Opium organiseerde een vergelijkbare terugroepactie. Dit wijst op een fundamenteler probleem: WREN heeft blijkbaar foutieve voorvorken aan meerdere fabrikanten geleverd, en die fabrikanten hebben deze onderdelen geïntegreerd zonder voldoende kwaliteitscontrole.
Het roept de vraag op hoe dit kon gebeuren. Worden onderdelen van toeleveranciers kritiekloos overgenomen? Voeren fabrikanten geen eigen stresstests uit op kritieke veiligheidscomponenten? En als meerdere merken hetzelfde probleem hebben, waarom bundelen ze dan niet hun krachten om sneller vervangingsonderdelen te produceren?
De speedpedelecindustrie is relatief jong en groeit snel, maar deze terugroepacties laten zien dat kwaliteitsborging en veiligheidsprotocollen niet altijd meegroeien. Voor consumenten die vertrouwen op deze fietsen als volwaardig vervoermiddel, is dat een zorgwekkende ontwikkeling.
Geduld als enige optie – helaas
Voor de bijna 6.500 Stromer-eigenaren blijft er voorlopig weinig anders over dan afwachten. De eerste reparatiesets komen in februari 2026, maar wie pas in mei aan de beurt is, zit tot die tijd met een dure, onbruikbare fiets. Hoe klein de kans op een ernstig ongeval ook mag zijn, het risico is reëel genoeg om niet te negeren.
Stromer benadrukt dat het “er alles aan doet om de herstelmaatregel zo snel en betrouwbaar mogelijk uit te voeren”, maar de cijfers spreken een andere taal. Een half jaar tussen aankondiging en volledige uitvoering van een veiligheidsreparatie is simpelweg te lang – zeker als het om een constructiefout gaat die al tot gewonden heeft geleid.
Voor consumenten is de boodschap duidelijk: een premium prijskaartje garandeert geen premium service wanneer het misgaat. En in een markt waarin speedpedelecs steeds populairder worden als alternatief voor de auto, is dat een les die de hele sector ter harte zou moeten nemen.








