Microsoft heeft een update uitgerold voor Windows Server 2025 die SSD’s aanzienlijk sneller maakt door directe communicatie mogelijk te maken. Snelheidswinsten tot 45% zijn gemeten, maar er is een probleem: de update is niet beschikbaar voor gewone Windows 11-gebruikers. Wie wil experimenteren, kan de functie handmatig activeren via de registerinstellingen – op eigen risico.
Het is 2025 en bijna elke moderne computer heeft een SSD. Solid-state drives hebben traditionele harde schijven allang achterhaald: ze zijn sneller, stiller en betrouwbaarder. Windows start in seconden op, programma’s openen direct, en het systeem voelt responsief aan. Maar achter de schermen speelt een vreemd probleem: Windows communiceert nog steeds met SSD’s op een ouderwetse manier, bedoeld voor trage harde schijven uit de jaren ’90. Het resultaat? Je supersnelle NVMe-SSD wordt kunstmatig afgeremd door verouderde software. Microsoft heeft nu een oplossing gelanceerd – maar alleen voor Windows Server, niet voor consumenten. En dat roept vragen op.
Waarom zijn SSD’s nu nog niet optimaal?
Het probleem zit in de manier waarop Windows met opslagapparaten communiceert. Decennia geleden, toen mechanische harde schijven de norm waren, ontwikkelde Microsoft een laag tussen het besturingssysteem en de opslag. Die laag – een driver-stack – was nodig om de traagheid van draaiende schijven te compenseren en data-aanvragen efficiënt te beheren.
Maar SSD’s werken fundamenteel anders. Ze hebben geen bewegende onderdelen, geen leeskop die moet wachten tot de plaat is gedraaid. Ze kunnen vrijwel instant data leveren. Toch dwingt Windows ze nog steeds door diezelfde oude driver-stack, met onnodige tussenstapjes die vertragen. Het is alsof je een Formule 1-auto laat rijden op een landweggetje met drempels – de auto kan sneller, maar de infrastructuur houdt hem tegen.
Microsoft erkent dit impliciet door nu een nieuwe driver uit te rollen die directe communicatie mogelijk maakt. Geen onnodige tussenstappen meer, gewoon rechtstreeks contact tussen Windows en de SSD. Het resultaat: hogere snelheden en minder belasting voor de processor.
Tot 45% sneller: waar komt dat cijfer vandaan?
In tests zijn snelheidswinsten tot 45% gemeten, vooral bij taken die afhankelijk zijn van willekeurige lees- en schrijfbewerkingen. Denk aan het openen van kleine bestanden, het laden van zware programma’s of het werken met databases. Dat zijn operaties waar SSD’s van nature goed in zijn, maar waar de oude Windows-driver-stack bottlenecks creëerde.
Die 45% klinkt spectaculair, maar vraagt nuancering. Het gaat om piekprestaties in specifieke scenario’s, niet om een algemene verbetering. Voor taken zoals het kopiëren van grote bestanden – waar sequentiële snelheid belangrijker is – zal het verschil kleiner zijn. En voor dagelijkse taken zoals browsen, typen of video’s kijken, merk je waarschijnlijk helemaal niets.
De verbetering is vooral relevant voor zware gebruikers: videobewerkers die met 4K- of 8K-bestanden werken, programmeurs die grote codeprojecten compileren, of datawetenschappers die enorme datasets analyseren. Voor hen kan 45% sneller een kwartier tijdwinst betekenen bij elke taak. Voor de gemiddelde gebruiker: waarschijnlijk onmerkbaar.
Alleen voor Windows Server – consumenten moeten wachten
Hier komt de frustratie: de update is uitgerold voor Windows Server 2025, niet voor Windows 11. Windows Server is bedoeld voor bedrijven, datacenters en professionals – niet voor gewone consumenten. Microsoft heeft niet aangekondigd wanneer (of zelfs óf) deze functionaliteit naar Windows 11 komt.
Waarom die beperking? Mogelijk wil Microsoft de nieuwe driver eerst grondig testen in professionele omgevingen voordat het naar miljoenen consumenten gaat. Windows Server draait op gecontroleerde systemen met beheerde hardware, wat een veiliger testbed is. Of misschien is het een strategische keuze: bedrijven betalen voor Windows Server, dus zij krijgen eerst de nieuwste features.
Hoe dan ook, voor de gemiddelde Windows 11-gebruiker is het wachten geblazen. Tenzij je bereid bent te experimenteren.
Handmatig activeren: prutswerk met risico’s
De functionaliteit zit al verscholen in Windows 11, maar is standaard uitgeschakeld. Wie wil, kan het handmatig activeren via de registerinstellingen. Dat vereist wat technische kennis en brengt risico’s met zich mee. Een verkeerde wijziging in het register kan je systeem instabiel maken, leiden tot crashes of zelfs dataverlies.
Voor wie tóch wil experimenteren: zorg ervoor dat je een volledige back-up hebt voordat je iets wijzigt. En als je niet precies weet wat je doet, kun je beter wachten op een officiële uitrol. Het is niet de moeite waard om je systeem te breken voor een prestatieverbetering die je misschien niet eens merkt.
Bovendien: als Microsoft deze functie nog niet officieel heeft uitgerold voor consumenten, is er waarschijnlijk een reden. Misschien is de driver nog niet stabiel genoeg voor alle hardware-configuraties. Misschien zijn er compatibiliteitsproblemen met bepaalde SSD’s. Door het handmatig te forceren, loop je het risico de beta-tester te zijn – gratis, onbetaald, en zonder support.
Zul je het verschil merken?
De eerlijke vraag is: als deze functie morgen officieel naar Windows 11 komt, merk je dan iets? Voor de meeste mensen: waarschijnlijk niet.
Moderne NVMe-SSD’s zijn al zo snel dat ze zelden de bottleneck zijn in een systeem. De meeste mensen worden beperkt door hun processor, geheugen of internetsnelheid – niet door hun SSD. Als je Windows al in 10 seconden opstart, maakt 5 seconden sneller weinig praktisch verschil.
Maar voor specifieke use cases kan het wel degelijk relevant zijn:
- Videobewerking: Werken met 4K/8K-video’s betekent constant lezen en schrijven van enorme bestanden. 45% sneller kan echt tijd besparen.
- Programmeren: Grote builds compileren is intensief en tijdrovend. Elke seconde telt.
- Databases en big data: Willekeurige lees- en schrijfbewerkingen zijn cruciaal, en daar blinkt de nieuwe driver uit.
- Gaming: Mogelijk snellere laadtijden, maar dat hangt ook af van de game-engine en CPU-prestaties.
Voor wie vooral browst, Netflix kijkt, e-mails checkt of documenten bewerkt: het verschil is verwaarloosbaar.
Waarom duurde dit zo lang?
De vraag die rijst is: waarom heeft Microsoft dit niet jaren geleden al gedaan? SSD’s zijn al meer dan een decennium mainstream. NVMe bestaat sinds 2011. Waarom blijft Windows nog steeds verouderde communicatiemethodes gebruiken?
Het antwoord ligt waarschijnlijk in de inertie van legacy-systemen. Windows moet compatibel blijven met miljoenen verschillende hardware-configuraties, van oude laptops tot hypermoderne gaming-rigs. Elke fundamentele wijziging brengt risico’s met zich mee: crashes, incompatibiliteiten, boze gebruikers.
Microsoft is traditioneel conservatief met dit soort veranderingen. Liever langzaam en stabiel dan snel en buggy. Maar voor gebruikers voelt het alsof ze jarenlang prestaties op tafel hebben laten liggen. Een SSD die 45% sneller kán zijn, maar wordt tegengehouden door verouderde software, is frustrerend.
Concurrentie doet het al beter?
Interessant is dat sommige Linux-distributies al jaren directere communicatie met NVMe-SSD’s hebben. Ook macOS van Apple heeft geoptimaliseerde drivers voor moderne opslag. Dat suggereert dat dit geen onoplosbaar probleem is – Microsoft heeft gewoon lang gewacht met de stap zetten.
Voor wie professioneel met computers werkt en maximale prestaties wil, is dit nog een reden om naar alternatieven te kijken. Linux biedt meer controle en betere SSD-prestaties. macOS heeft de integratie geoptimaliseerd. Windows blijft achter, en deze update voor alleen Windows Server versterkt dat beeld.
Conclusie: veelbelovend, maar voor nu alleen voor de elite
De nieuwe Windows-driver die SSD’s tot 45% sneller maakt, is veelbelovend. Het toont aan dat Microsoft eindelijk erkent dat de oude manier van werken achterhaald is. Maar door het alleen naar Windows Server uit te rollen, laat Microsoft gewone consumenten in de kou staan.
Voor wie de functie handmatig wil activeren in Windows 11: doe het alleen als je weet waar je mee bezig bent, en zorg voor back-ups. Voor de rest: hoop dat Microsoft de functie snel officieel naar consumenten brengt. Want het is frustrerend om te weten dat je SSD sneller kán zijn, maar kunstmatig wordt afgeremd door verouderde software.
Tot die tijd blijven we wachten – en dat is ironisch, want sneller is precies waar het hier om draait.




